In het plan voor reconstructie van de Utrechtse binnenstad wordt ook het bouwen van een nieuwe vleugel voor het stadhuis genoemd. Deze tekening toont ’t nieuwe complex dat met een galerij op kolommen met het oude stadhuis is verbonden. Dat meldt het
Utrechtsch Nieuwsblad op woensdag 4 mei 1966.
De Rotterdamse stedenbouwkundige ir. J. A. Kuiper heeft zijn voor Utrecht ontworpen basisplan voor de reconstructie en vernieuwing van de binnenstad aan de gemeenteraad aangeboden. De stedenbouwkundige zegt in zijn toelichting en motivering dat de historie van Utrecht leert dat er eeuwenlang bij stukjes een beetjes aan de oude stad is uitgebreid en verbeterd. Minder dan van de meeste oude steden kan voor Utrecht gelden dat het bewust en naar plan is ontworpen. Daarom heeft hij nu gezocht evenwicht te brengen in wat in het oude bewaard moet blijven en wat aan nieuws daaraan moet worden toegevoegd. Daarbij heeft hij rekening gehouden met de toenemende centrumfunctie die Utrecht in ons land heeft.
Gebonden aan wat de verkeersdeskundige prof. Feuchtinger indertijd voor Utrecht in zijn verkeersplan had neergelegd heeft ir. Kuiper daarop voortgewerkt. Het resultaat is een ringweg om de binnenstad waarvan het tracé echter op belangrijke punten afwijkt van wat de Duitse verkeersdeskundige zich had gedacht.
Zijn voornemen alle singels te dempen kon in de ogen van ir. Kuiper geen genade vinden. Deze heeft er van ’t begin af aan op gewerkt slechts tot demping over te gaan waar dit onvermijdelijk is. Zo zullen nu, als het rijk daarin toestemt, de noordelijke singels en de westelijke kant, de Catharijnesingel worden gedempt. Het tracé van ir. Kuiper heeft dus het gevolg dat dat de gehele zuidelijke en oostelijke singlepartij gespaard kan blijven.