‘Samenwerking Alleen Maakt Ons Sterk’, beter bekend als de Utrechtse korfbalvereniging Samos bestaat morgen 45 jaar. De kans is groot , dat de rood grijzen, die in hun verenigingsleven altijd - en met succes! - aandacht hebben besteed aan het jeugdwerk, hun jubileum vieren met de promotie van het eerste team, terwijl het tweede team al zeker is van de overgang naar de nieuw geformeerde reserve hoofdklasse. Dat meldt het
Utrechtsch Nieuwsblad op dinsdag 3 mei 1966.
Reeds na een korfbalseizoen kwam het bestuur van Samos tot de conclusie dat het met het weinig levensvatbare clubje, nooit iets zou worden wanneer er niet spoedig jong bloed zou worden toegevoegd. Het was in de jaren twintig echter heel ongebruikelijk dat ‘kinderen’ lid waren van een sportclub en daarom had ze revolutie tot gevolg dat meer dan de helft van de 25 oudere leden bedankte. Van het eerste twaalftal verdween het overgrote deel dat weigerde met die ‘kinderkamer’ om te gaan. Samos kwam echter de crisis te boven, groeide als kool, de resultaten werden steeds beter.
In de organisatie van de toen ook reeds gehouden schoolkorfbalwedstrijden had Samos een belangrijk aandeel en vanzelfsprekend werden deze de bron waaruit Samos ieder jaar weer het nodige spelersmateriaal putte. De vereniging kreeg daardoor het typische karakter van een scholierenvereniging. Vooral nadat in het begin der jaren dertig een afzonderlijke aspirantenafdeling Tuinwijk was opgericht.
Tweespalt in het bestuur was oorzaak dat op de algemene vergadering van 1930 een grote oppositiegroep bedankte en Samos op zijn grondvesten schudde. Het waren toen vooral de gebroeders Koppert en G. Frederik die Samos voor de ondergang behoedden.
Zeer groot werd de toeloop van de jeugd toen door de Duitse bezetters o.a. de padvinderij en de AJC werden verboden. Na de bevrijding trokken enkele van de beste spelers(stars) echter naar Indië met als gevolg dat Samos zich in haar klasse (toen de eerste) niet kon handhaven. In 1951 kon Samos zich weer opnieuw eerste klasse noemen.
Inmiddels groeide de vereniging dankzij de grote activiteit van bestuur en commissies uit tot één van de grootste clubs in den lande. In 1963 volgde er na een uitstekend seizoen dan eindelijk weer promotie naar de inmiddels ingestelde hoofdklasse en voor het eerst in zijn lange geschiedenis slaagde ’t eerste twaalftal erin het langer dan een jaar in de topklasse uit te houden.
In 1965 bracht echter doordat de roodgrijzen één wedstrijdpunt te kort kwamen degradatie naar de overgangsklasse. De kans echter dat het verloren terrein nog dit jaar teruggewonnen zal worden is niet denkbeeldig.