Herinneringen aan de Jaarbeurs van 1917 (de eerste die de Koninklijke Nederlandse Jaarbeurs organiseerde) werden vrijdag in de kamer van Jaarbeursdirecteur A.G. Bimond opgehaald. Er waren daar zeventien mensen aanwezig, die beroepshalve bij die eerste Jaarbeurs betrokken waren: wat personeelsleden en oud-personeelsleden, twee journalisten, enige zakenmensen en verscheidene vertegenwoordigers. Dat meldt het
Utrechtsch Nieuwsblad op maandag 2 mei 1966.
Senior van het gezelschap was de 82-jarige heer A. Hasselaar uit Driebergen en woordvoerder, de nog altijd actieve Amsterdamse vertegenwoordiger S. van der Linde, die vond dat het door hem uitgeoefende beroep in de loop der jaren aardig is gedevalueerd. ‘De vertegenwoordigers van thans is een machine’ zie hij eerst in een toespraak en later nog eens in een door hemzelf vervaardig gedicht.
Aan de Jaarbeurs van 1917 bewaarde hij nog levendige, maar niet al te goede herinneringen. Het stond hem nog helder voor de geest dat het in de houten barakken, waarin de beurs werd gehouden, zo koud was dat de exposanten zich gingen warmen aan de vuurpotten, die buiten stonden opgesteld.
Het is oud-vertegenwoordiger A.H.C. de Wit (79) uit Leerdam meegevallen dat de Jaarbeurs een exploitatiebasis heeft kunnen vinden voor de permanente gebouwen op het Vreeburg. ‘Toen ik die gebouwen destijds voor de eerste keer zag leek het me wel erg hoog gegrepen. Ik dacht: Als het niet lukt kunnen ze er altijd nog een ziekenhuis of zo van maken.’