75 jaar na de introductie van de spuitbus opent in het Centraal Museum de tentoonstelling
Graffiti, over de wederzijdse invloed van graffiti en hedendaagse beeldende kunst. Met 130 werken van zeventig kunstenaars, waaronder Jean-Michel Basquiat, FUTURA 2000, Jenny Holzer & Lady Pink, Klara Lidén, Charlotte Posenenske, Rammellzee en Martin Wong, laat de expositie zien dat graffiti al lange tijd niet enkel meer gezien kan worden als een subculturele praktijk, maar onlosmakelijk verbonden is met de bredere kunstgeschiedenis vanaf de jaren 1950.
Bart Rutten, artistiek directeur Centraal Museum: "Het Centraal Museum beschikt over een toonaangevende collectie schilderijen die gemaakt zijn door de New Yorkse graffitiscene. In Graffiti worden daaruit enkele sleutelwerken gepresenteerd, zoals een monumentaal doek van Keith Haring en twee futuristische tweeluiken van Rammellzee uit de Wildenberg Collectie – werken die zelden in de context van hedendaagse kunst te zien zijn."
Van New York naar Utrecht
Graffiti kent ook een duidelijke Utrechtse component. Zo is een tekening te zien van Rhone en Shave, twee graffitischrijvers van het eerste uur uit Utrecht. De in 2024 overleden Rhone groeide in de jaren 1990 uit tot een bepalende naam. Met zijn werk op treinen en herkenbare stijl had hij grote invloed op de ontwikkeling van graffiti in de stad. Op 26 november wordt er tijdens Centraal Laat een boek over Rhone gepresenteerd in het Centraal Museum, een uitgave van Ruyzdael Publishing.
Ook de Utrechtse kunstenaar Henny Overbeek is in Graffiti vertegenwoordigd. Samen met bevriende kunstenaars (Frederique Jonker, Marcel van den Berg en Martinus Papilaja) bouwt hij in de loop van de tentoonstelling aan een wandvullende installatie: Art Happens (Together). Ook bezoekers kunnen bijdragen. Zo ontstaat een gezamenlijke, gelaagde installatie die gedurende de tentoonstelling voortdurend verandert. Het kunstwerk is een ruimtelijke vertaling van Overbeeks doorlopende project The Books Happen, waarin blackbooks – schetsboeken met een harde zwarte kaft – in een proces van uitwisseling tussen (graffiti)kunstenaars steeds verder wordt gevuld.
Creative Lab Utrecht (CLU) – met wie het museum in 2024 de tentoonstelling Spuiten en stikken samenstelde – bouwde voor Graffiti een miniatuurlandschap van de stad Utrecht met beschilderde modeltreinen. Daarnaast organiseert CLU graffitiworkshops in de museumtuin.
De grafische vormgeving van Graffiti is ontworpen door het Utrechtse ontwerpbureau Stickit, dat vooral bekend is vanwege de uitgave van graffitizines.
Door schilderijen, sculpturen, installaties, foto’s, video’s en tekeningen uit een periode van zeventig jaar samen te brengen, biedt Graffiti een rijk overzicht van kunstwerken in verschillende disciplines met de spuitbus als terugkerend instrument. De tentoonstelling brengt werken samen van kunstenaars die tussen de jaren 1950 en 1970 experimenteerden met spuitverf als nieuw artistiek medium, schilderijen van invloedrijke graffitikunstenaars uit de jaren 1980 en werk van hedendaagse kunstenaars waarin graffiti zich manifesteert als een manier om naar de stedelijke werkelijkheid te kijken. Tegenwoordig roept zelfs een eenvoudige lijn van spuitverf – bewust of onbewust – direct associaties op met rebellie en stedelijkheid.
Deelnemende kunstenaars
Yuji Agematsu, Chantal Akerman, Nick Atkins, Charles Atlas, Lutz Bacher, Martin Barré, Jean-Michel Basquiat, Blade, Patricia L. Boyd, Dan Christensen, Shaun Crawford, Curtis Cuffie, René Daniëls, Daze, Manuel DeLanda, Melvin Edwards, Heike-Karin Föll, FUTURA 2000, Keith Haring, Jenny Holzer & Lady Pink, KAYA, Jutta Koether, Michael Krebber, Brad Kronz, Yayoi Kusama, Maggie Lee, Klara Lidén, Ilya Lipkin, Colette Lumiere, Kunle Martins, Jeanette Mundt, Georgie Nettell, Armando Nin, N.O.Madski, Henny Overbeek, Clayton Patterson, PHASE 2, Charlotte Posenenske, Josephine Pryde, Quik, Lee Quiñones, Carol Rama, Rammellzee, R.I.P. Germain, Rhone, Mick La Rock, Matthew "Zexor" Rodriguez, Karin Sander, Han Schuil, Shave, Niels Shoe Meulman, Seen, David Smith, Dash Snow, Ben Solomon, Hedda Sterne, Emily Sundblad, Boris Tellegen, SoiL Thornton, Timer, Alix Vernet, WANTO, Lawrence Weiner, Dondi White, Martin Wong, Wombat en Zephyr.
Experimenteren met spuitverf
In 1951 wordt in de Verenigde Staten patent aangevraagd op de spuitbus. Kort daarna ontdekken kunstenaars de mogelijkheden van dit nieuwe, industriële medium. Vanaf de jaren 1950 experimenteren abstract expressionisten, minimalisten en conceptuele kunstenaars met spuitverf, waarmee zij verf op nieuwe manieren kunnen aanbrengen. Deze technologische vernieuwing vormt een belangrijk vertrekpunt voor de ontwikkeling van moderne graffiti en de wisselwerking met de beeldende kunst.
Uit deze periode is werk van Hedda Sterne te zien, dat behoort tot de vroegste schilderijen die met spuitverf zijn gemaakt. Haar Untitled (1955) is geïnspireerd op de dynamiek van New York in de jaren 1950. In Spray Painting (1965) brengt minimalist Charlotte Posenenske verf met een spuitpistool aan op doek, waarbij ze streeft naar egale verflagen en vloeiende, precieze kleurovergangen.
Van metro naar doek
Veel graffitischrijvers werken vanaf de vroege jaren tachtig niet langer alleen op treinen, maar ook op het meer traditionele schildersdoek. Daarmee is hun werk verplaatsbaar en verkoopbaar, wat tot discussie leidt over de commercialisering van een tegencultuur. Tegelijkertijd biedt het doek nieuwe artistieke mogelijkheden: kunstenaars krijgen meer tijd en vrijheid om composities aan te passen en een persoonlijke stijl te ontwikkelen.
De vroege doeken van kunstenaars als FUTURA 2000, Dondi White, Lee Quiñones en Blade zijn vandaag van grote betekenis, omdat ze – naast foto’s – het enige overgebleven bewijs vormen van hun werk uit deze periode. Tegen het einde van de jaren tachtig had de stad New York alle graffiti uit de actieve metrowagons verwijderd.
Kunst als protest
Graffiti ontstaat vanuit verzet tegen autoriteit en bestaande machtsstructuren. Kunst is een uitlaatklep, een manier om maatschappelijke misstanden en onderbelichte stemmen zichtbaar te maken: een vorm van protest. Bekende namen zijn Keith Haring, Quik, Delta en Jean-Michel Basquiat, van wie iconische werken in de tentoonstelling te zien zijn. Maar ook jongere generaties New Yorkse graffitikunstenaars als Wombat en Shaun Crawford laten via hun kunst van zich horen.
Vanuit deze geest van verzet creëren kunstenaars ook alternatieve werelden. Zo ontwikkelt Rammellzee met zijn Gothic Futurism een eigen theorie waarin taal en letters uitingen van macht en verzet worden. Kunstenaars als FUTURA 2000 maken abstracte, schilderachtige landschappen geïnspireerd op de moderne schilderkunst, terwijl hedendaagse kunstenaars als N.O.Madski en Nick Atkins putten uit eeuwenoude spiritualiteit en mythologieën om futuristische en soms onheilspellende toekomstbeelden te verbeelden.
Een blik op de stad
'Graffiti was how I found my way into being an artist, but it is also how I see things; things like art, for example', zegt kunstenaar en co-curator Ned Vena. Dit idee van graffiti als een manier van kijken en denken ligt ten grondslag aan de brede selectie hedendaagse kunst in de tentoonstelling. Zo zijn de installaties van KAYA (Kerstin Brätsch en Debo Eilers) en N.O.Madski het resultaat van het werken als collectief en het toevoegen van steeds weer nieuwe lagen betekenis aan wat er al is.
De Britse kunstenaar Josephine Pryde laat de miniatuurtrein New Media Express (2014) rondrijden door de tentoonstellingszaal, waarop bezoekers een korte rit kunnen maken. De treinreis nodigt uit om de kunst in de ruimte met andere ogen te bezien. De New Yorkse kunstenaar Alix Vernet maakt verfijnde en fragiele gipsafdrukken van doorgaans genegeerde oppervlaktes in het straatbeeld en Karin Sander laat ons zien hoe graffiti – net als wind en regen – bijdraagt aan het 'patina' van onze steden.
Side-exposities over Nederlandse geschiedenis van graffiti
Op de entresols zijn twee documentaire side-exposities te zien die de vroege geschiedenis van graffiti in Nederland belichten. In de door Dutch Graffiti Library samengestelde video-installatie VHS ervaar je de aanwezigheid van graffiti in het straatbeeld van de vroege jaren negentig. De oorspronkelijke sfeer van de opnamen is behouden gebleven, waardoor de installatie een indringend beeld geeft van de rauwe werkelijkheid waarin de graffiticultuur zich hier in hoog tempo ontwikkelde.
De tweede side-expositie, Rammellzee in Nederland, is samengesteld door kunstenaar en curator Aileen Middel (Mick La Rock). De tentoonstelling bevat bijzonder documentair materiaal van onder anderen fotografen Jannes Linders, Vincent Vlasblom, Peter Gramberg en Elzo Smid (Kladmuur Groningen), evenals originele tekeningen uit de collectie van het Centraal Museum die Rammellzee maakte voor zijn deelname aan de openluchttentoonstelling Nachtregels in Utrecht.
Annex: Karimah Ashadu
In de Annex, de laatste zaal van de tentoonstellingsruimte, is het meest recente werk van de Britse kunstenaar Karimah Ashadu te zien: MUSCLE (2025). In de videoinstallatie portretteert Ashadu bodybuilders in Lagos die met zelfgebouwde apparatuur werken aan een hypermasculien lichaam. Hun zoektocht naar kracht en aanzien gaat hand in hand met een verlangen naar erkenning en verbondenheid. Met close-ups van lichamen, zweet en roestige gewichten onderzoekt Ashadu thema’s als mannelijkheid en identiteit, en laat ze zien hoe lichamelijke kracht ook een vorm van zelfbeschikking kan zijn. Zo sluit MUSCLE aan bij de manieren waarop mensen zich in de stad zichtbaar maken.
Activiteitenprogramma
Rondom Graffiti organiseert het Centraal Museum een breed activiteitenprogramma. Zo kunnen bezoekers zelf aan de slag tijdens kunstenaarsworkshops of meebouwen aan Art Happens (Together) van de Utrechtse kunstenaar Henny Overbeek. Daarnaast zijn er een filmvertoning van News from Home van Chantal Akerman, een avondprogramma met kunst en muziek tijdens Centraal Laat en een speciale Make your mark-dag met workshops, tours en performances.
Over de tentoonstelling
Graffiti is samengesteld door Catrien Schreuder, conservator moderne kunst bij het Centraal Museum, Museion-conservator Leonie Radine en de New Yorkse kunstenaar en archivaris Ned Vena. Vena's artistieke praktijk wordt sterk beïnvloed door zijn actieve achtergrond als graffitischrijver en zijn onderzoek naar de geschiedenis van graffiti. Omgekeerd heeft zijn grondige studie van de geschiedenis van de schilderkunst ook zijn begrip van graffiti gevormd. Zowel zijn persoonlijke betrokkenheid als zijn interdisciplinaire archiefkennis komen in de tentoonstelling tot uiting.
De tentoonstelling, een initiatief van Museion – Museum voor Moderne en Hedendaagse Kunst, Bolzano/Bozen, is het resultaat van een samenwerking tussen Centraal Museum en Museion.
De eerste versie van de tentoonstelling was van 29 maart tot en met 14 september 2025 te zien in Museion, samengesteld door Leonie Radine en Ned Vena. De tentoonstelling in het Centraal Museum, mede samengesteld door Catrien Schreuder, bouwt hierop voort. Onderdelen van de tentoonstelling zijn tot stand gekomen in nauwe samenwerking met Creative Lab Utrecht, de Dutch Graffiti Library in Amsterdam en Mick La Rock.