Anderhalf miljoen euro geëist van drie broers vanwege PGB-fraude

Foto: Mario Gibbels

Het Openbaar Ministerie heeft gisteren in de rechtbank Utrecht geëist dat een bedrag van bijna 1,5 miljoen euro wordt afgepakt van drie broers die eerder werden veroordeeld voor zorgfraude. De rechter legde de mannen in 2019 gevangenisstraffen op. Het OM kondigde toen een ontnemingsvordering aan.

De broers werden op 28 november 2019 door de rechtbank tot langdurige gevangenisstraffen van 3,5 en 4 jaar voor valsheid in geschrift, oplichting en witwassen (vonnis en nieuwsbericht). Volgens de officier ging het in deze zaak om drie broers die met veel criminele energie de samenleving voor miljoenen euro benadeelden door zogenaamde PGB-fraude te plegen. Dit deden zij gedaan onder de paraplu van thuiszorgorganisatie in Utrecht. Zij hadden consequent te veel zorg gedeclareerd of laten declareren. Het te veel gedeclareerde zorggeld werd tussen de veroordeelde-verdachten en de budgethouders gedeeld.
De missie van ontneming is volgens de officier “misdaad mag niet lonen”. Hij vond op zitting dat “het maatschappelijk onaanvaardbaar dat veroordeelden voor zorgfraude, criminele organisatie, witwassen en zulk soort misdrijven, nadat zij hun gevangenisstraf hebben uitgezeten, vervolgens in een of ander exotisch oord, in dit geval bijvoorbeeld in de buurt van de Turkse kust, kunnen genieten van hun vermogen dat zij met die criminele activiteiten hebben vergaard! Zou het vermogen bovendien ongemoeid worden gelaten, heeft dit soort lieden ook nog eens de gelegenheid hun illegale praktijken voort te zetten.” Het OM vindt dat dit voorkomen worden door ze deze criminele verdiensten af te pakken: zonder (crimineel) vermogen is het immers moeilijker om nieuwe investeringen te plegen.
De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel is gemaakt op basis van een transactieberekening. Bij een transactieberekening bestaat het voordeel uit de opbrengst, met aftrek van kosten. De kosten zijn in dit geval het deels wel leveren van zorg en het delen van gelden met budgethouders. Dat het voordeel bij de drie broers terecht is gekomen is naar de visie van de officier onder andere op te maken uit de geldstromen en uit WhatsApp berichten waaruit blijkt dat de gelden zijn geïnvesteerd in een appartementencomplex in Turkije waar alle broers aanspraak op maken. Een van de broers schrijf dat al er een lift in zit de bovenste verdieping van hem is. Daarom is het voordeel verdeeld op basis van de zichtbare geldstromen, zowel legaal als illegaal volgens het OM. De rechtbank heeft bij haar uitspraak in 2019 een benadelingsbedrag genoemd van 5.420.388 euro voor niet geleverde zorg. Het bedrag dat is gedeeld met de budgethouders is volgens de berekening 3.943.975 euro is gedeeld met de budgethouders. Dit brengt het wederrechtelijk verkregen voordeel op 1.476.413 euro.
De broer, die tevens oud-eigenaar was de thuiszorgorganisatie, eiste het OM 1.113.510 euro. Tegen zijn twee broers eiste de officier respectievelijk 189.571 en 173.330 euro.
De rechtbank doet op 30 juni uitspraak.

Lees ook:

Beroepsverbod en gevangenisstraffen tot vijf jaar geëist tegen Utrechtse broers voor PGB-fraude

Gemeente Utrecht start onderzoek naar budgethouders in zaak zorgaanbieder Dolia

Drie cliënten van Utrechtse thuiszorgorganisatie vervolgd voor fraude met zorggelden

Reacties

Cookieinstellingen