'Toen de restauratie voltooid was vonden we dat het interieur met zijn bijzondere geschiedenis wel een boek waardig was’

26 okt , 15:41 • Kunst & Cultuur
Vier evangelisten in zuidertransept Domkerk door Roland Holst in 1926
Op 30 september verscheen de publicatie ‘Het interieur van de Utrechtse Domkerk. Vernieuwing in het interbellum’. Het boek behandelt de vernieuwing van de aankleding, meubilering en kunstwerken van de Domkerk tijdens het interbellum. Theo Kralt is auteur en, samen met auteur Johan Carel Bierens de Haan, eindredacteur van het boek. ‘Het is zo mooi geworden omdat de kerkvoogdij de goede mensen heeft aangetrokken die rekening hielden met de kunststromingen in die tijd en er bij de restauratie ook voor zorgden dat het paste in een gotische kerk uit de dertiende eeuw.’
Er zijn volgens Theo Kralt twee redenen geweest voor het verschijnen van het boek over het interieur van de Domkerk. ‘Allereerst het verwerven van een voorontwerp van het Evangelistenraam in 2023. Dat hebben we laten restaureren en dat hangt nu boven de grote toegangsdeuren van de Domkerk. En twee glaspanelen van Roland Holst van omstreeks 1925. En, ten tweede, de restauratie van het interieur van de Domkerk in 2024 en 2025. Daarvoor hebben we in 2023 bij het Rijk een aanvraag ingediend van bijna 1.000.000 euro voor onderhoud en restauratie waaronder het interieur. Hiervoor hebben we 600.000 euro ontvangen en 40% moesten we zelf bekostigen. Daarmee hebben we onder meer al het houtwerk van het interieur van de kerk laten opknappen en toen de restauratie voltooid was vonden we dat het interieur met zijn bijzondere geschiedenis wel een boek waardig was.’
Theo Kralt heeft zelf het voorwoord geschreven en de hoofdstukken over de voorstudie voor het evangelistenraam, het oudtestamentische raam en de restauratie van de Domkerk in 2019-2022. Andere auteurs hebben hoofdstukken geschreven over onder meer het meubilair van Willem Penaat, het werk van de beeldhouwers Anton Fortuin en Oswald Wenckebach en de rol van theoloog Annéus Brouwer bij het evangelistenraam.
Het huidige interieur van de Domkerk is circa honderd jaar geleden tot stand gekomen, vertelt Kralt. ‘Opdrachtgever voor de restauratie van de Domkerk was de Nederlands Hervormde Kerkvoogdij. Voorzitter van de kerkvoogdij was Willem Cornelis baron Röell. En het was de kerkvoogdij die in 1919 Dirk Frederik Slothouwer benoemde tot restauratiearchitect van de Domkerk. En dat was een gouden greep. Want toen Slothouwer hoorde van de plannen van de kerkvoogdij voor twee grote kerkramen, de grootste kerkramen van Nederland, toen was er volgens hem maar een persoon in Nederland die deze opdracht aankon en dat was Richard Roland Holst. Richard Roland Holst was een toonaangevende kunstenaar en glazenier en werkte samen met het atelier van Bogtman in Haarlem voor het realiseren van de glas in loodramen.’ Maar ook de andere kunstenaars die Slothouwer aantrok, zoals meubelmaker Willem Penaat en de beeldhouwers Anton Fortuin en Ludwig Wenckebach, waren volgens Kralt de besten in hun tijd. ‘Dat zeg ik ook aan het eind van het boek, dat het mede zo mooi is geworden omdat de kerkvoogdij de goede mensen heeft aangetrokken die rekening hielden met de kunststromingen in die tijd en er bij de restauratie ook voor zorgden dat het paste in een gotische kerk uit de dertiende eeuw.’
Slothouwer kreeg te maken met de verbouwing van de Domkerk die de Belgische-Nederlandse architect Tieleman Franciscus Suys in de 19e eeuw had ontworpen en die was uitgevoerd door de Utrechtse architect Christiaan Kramm. Suys had in 1826 een amfitheater in het koor van de kerk laten bouwen en aan de westzijde van de kerk een ingangsportaal voor prominente kerkgangers, wat in de volksmond de puist van Suys werd genoemd. Ook kreeg de Domkerk in 1831 een nieuw orgel met gebruikmaking van ouder pijpwerk in een nieuwe neogotische orgelkast, ontworpen door de firma Bätz. Bij de restauratie van Slothouwer tussen 1921 en 1938 werden de meeste door Suys aangebrachte onderdelen ongedaan gemaakt. Alleen het orgel bleef gehandhaafd.
De minister De Visser van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen stelde voor de restauratie van de Domkerk in 1921 een staatssubsidie van 600.000 gulden beschikbaar. Kralt: ‘Dat zou nu zo’n tien tot vijftien keer zoveel waard zijn en dat geeft wel aan dat de Domkerk werd gezien als een belangrijk rijksmonument.’
Vervolgens bleek echter dat de Domkerk er veel slechter aan toe was dan was voorzien. Kralt: Daar kwamen nog de economische problemen in de jaren dertig bij waardoor de restauratie deels werd stopgezet en met name de restauratie van het exterieur van de Domkerk niet is afgemaakt. Bij de eindafrekening van de restauratie in 1939 bleek het totale bedrag 900.000 gulden te bedragen. Pas na de oorlog, in 1968-1986, is de restauratie afgemaakt.’
Bij de restauratie tijdens het interbellum is men in 1922 begonnen met de afbraak van het amfitheater, vertelt Kralt. ‘Daarbij kwamen zoveel gebreken naar boven, met betrekking tot de verlichting en verwarming, dat men besloot om daarmee te beginnen.’ Meubelmaker Willem Penaat kreeg de opdracht om een nieuw interieur en bankenplan voor de Domkerk te ontwerpen. Penaat werkte daarbij samen met de beeldhouwers Anton Fortuin en Ludwig Oswald Wenckebach. De geplande twee grote glas in loodramen en drie kleinere ramen vielen buiten het door de staat toegekende budget. Daarvoor was volgens Kralt fondsenwerving nodig. ‘Voor het evangelistenraam in het zuidertransept uit 1926 is, met succes, een inzamelingsactie gevoerd. Het oudtestamentische raam in het noordertransept, dat tien jaar later werd uitgevoerd, kon mede dankzij twee anonieme giften tot stand komen.’
Toen Roland Holst de opdracht kreeg voor het evangelistenraam, was hij hoogleraar en directeur van de Rijksacademie van Beeldende kunsten in Amsterdam. Hij vond volgens Kralt deze opdracht echter zo belangrijk dat hij later voor het oudtestamentische raam gestopt is met zijn werk bij de rijksacademie.
Voor alle vijf ramen werkte Roland Holst tussen 1926 en 1936  op het gebied van de thema’s nauw samen met de hoogleraar godgeleerdheid Annéus Marinus Brouwer. Kralt: ‘Die twee mannen konden het ongelooflijk goed met elkaar vinden. Holst schrijft aan zijn vriend, de historicus Johan Huizinga, dat Brouwer een wijs man is. En toen Holst in 1936 de opdracht kreeg voor het oudtestamentische raam, vroeg hij of hij weer met Brouwer kon samenwerken. Holst was namelijk van huis uit remonstrant maar daar deed hij niet meer zoveel aan en in Brouwer vond Holst een bondgenoot en theoloog die hij allerlei theologische zaken kon voorleggen. Op zijn beurt respecteerde Brouwer wat Holst er uiteindelijk van maakte.’
Op 10 juni 1936  werden tijdens een feestelijke bijeenkomst  in de Domkerk het oudtestamentische raam en de drie ‘alfa en omega’-ramen in het hoogkoor onthuld. Het was de bedoeling om meer ramen in de Domkerk door Roland Holst te laten beglazen. Echter door het overlijden van Roland Holst in 1938 en het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog is het daar niet meer van gekomen.
loading

Loading articles...

Loading