
Mevrouw H. Kobasuik-Cöhrs is terug in Nederland. Zestien jaar geleden, zij was toen 23, ging ze met een stel vriendinnen dansen bij de Canadese soldaten ('ik geloof dat het in de buurt van het Wolvenplein was'). Zij ontmoette de militaire chauffeur Kobasuik en korte tijd later was zij een getrouwde vrouw in de Canadese stad Edmonton in Brits-Columbia. Dat meldt het Utrechtsch Nieuwsblad op maandag 1 juli 1963.
Kort na hun huwelijk vertrok het jonge paar naar Dawson Creek, 'n stad 20 maal zo klein als Utrecht op ongeveer 400 km afstand van Edmonton. Haar man heeft daar een eigen lasbedrijf en een boerderij.
Hier werden haar drie kinderen geboren: John en Donald en de elfjarige Sheila, die nu met haar moeder de vakantie van haar leven heeft en van de ene verbazing in de andere valt. Terug op school zal zij vast wel vertellen over de Hollandse voddenboer, die zij die ochtend voor 't eerst klingelend door de Utrechtse Vijgenboomstraat hoorde gaan.
In de Vijgenboomstraat 63, waar moeder en dochter Kobasuik bij de ouders, de heer en mevrouw Cöhrs logeren, is het groot feest. Zondagavond waren er bijna veertig mensen op bezoek om de 'verre familie' te verwelkomen. En ook vanochtend waren alle stoelen bezet en was het hele huis versierd met serpentines.
Voor de 63-jarige metaaldraaier J.A. Cöhrs was de ontmoeting een bijna nog grotere verrassing dan voor zijn vrouw. Hij had zijn dochter na 1947 nooit meer gezien. De 61-jarige mevrouw M.H. Cöhrs-Bosvelt had in 1956 niet langer kunnen wachten en was naar Dawson Creek gereisd.
Het werd toen een uitgebreid familiebezoek, want van de tien kinderen uit het gezin Cöhrs waren er toen reeds vier naar Canada geëmigreerd. De verhalen van de oudste dochter waren zo enthousiast, dat de drie anderen één voor één volgden.
"Wij hebben zelf ook nog het plan gehad om na te komen, vertelde de heer Cöhrs, die volgend jaar met pensioen gaat, maar we zijn er uiteindelijk toch maar niet aan begonnen."
Ook de oudste zoon, de 41-jarige puntlasser B.A. Cöhrs vloog er niet in, maar niet omdat hij bang was dat het hem niet zou bevallen, want net als de rest van de 'achterblijvers' in Nederland, gaf hij volmondig toe: mijn zusje ziet er nog net zo stralend uit als vroeger.