Druk op daklozenopvang in Utrecht blijft onverminderd hoog

Foto: pixabay

De tijdelijke extra locatie voor nachtopvang heeft niet geleid tot voldoende opvangcapaciteit om alle rechthebbende daklozen in Utrecht een slaapplek te bieden. De huidige druk op de nachtopvang lijkt, zoals ook aanbieders en samenwerkende partijen in het veld benoemden, vooral het gevolg van het gebrek aan doorstroom naar vervolgvoorzieningen in de ketens Maatschappelijke Opvang (MO) en Beschermd Wonen (BW). Ook het gebrek aan zelfstandige woonruimte om mensen toe te leiden naar een eigen woning speelt een rol.

In regio Utrecht wachten naar schatting 350 personen op vervolgzorg en/of huisvesting. Een deel daarvan (ruim 100) verblijft elke nacht in een nachtopvang.
Het aantal volwassenen dat gebruik maakt van de nachtopvang en de gemiddelde bezetting over 2019 is toegenomen. Er is over 2019 ten opzichte van het voorgaande jaar een stijging te zien in het aantal unieke personen dat gebruik maakt van de algemene daklozen opvang, een stijging in het gemiddeld aantal bezoekers en daarnaast ook een stijging in de gemiddelde duur van het verblijf.
Utrecht heeft, samen met de overige G4-steden, onlangs een dringend beroep op het kabinet gedaan om haar verantwoordelijkheid te nemen en de trend van stijgende dakloosheid te keren. Er zijn meer woonplekken nodig om daklozen een nieuwe start te geven en meer geld om kwetsbare daklozen ondersteuning te bieden. In lijn met de brandbrief die is verstuurd, is afgelopen periode samen met aanbieders, regiogemeenten van de U16 en met betrokkenheid van woningcorporaties gewerkt aan een plan: Living Lab Eerst een Thuis.
Met dit plan moet op korte termijn het aantal daklozen terug gebracht worden via deze innovatieve aanpak, naast alle lopende afspraken. Hiervoor creëren we in de U16-regio op korte termijn 200 semipermanente woonplekken voor kwetsbare doelgroepen extra. Vanuit deze woning starten we direct met het bieden van de benodigde ondersteuning met als doel om zo snel en goed mogelijk te ondersteunen bij en toewerken naar duurzaam herstel.
Maarten van Ooijen, wethouder Maatschappelijke ondersteuning: “Half januari bereikte ons het bericht dat ook de extra plekken op de noodlocatie Stadsbrugplekken niet altijd voldoende zijn om de druk op te kunnen vangen. Een nieuw signaal dat het beeld onderschrijft dat we de grenzen van de opvangcapaciteit in Utrecht nog verder overschrijden en die de noodzaak benadrukt voor aanvullende landelijke maatregelen. Financiering vanuit het Rijk is een essentiële randvoorwaarde om met dit plan aan de slag te kunnen gaan.”

Reacties