Werknemer ontvangt 4,24 euro van oud-werkgever, maar moet 632 euro betalen

28 okt , 14:57 • Zakelijk
bureau
Een rechtszaak over slechts 4,24 euro aan achterstallige wettelijke rente is een voormalige werknemer van een sportorganisatie duur komen te staan. Hoewel de man op dat punt gelijk kreeg van de rechter, moet hij zelf 632,50 euro aan proceskosten betalen.
De werknemer was van 27 januari tot en met 31 oktober 2025 in dienst bij een sportbedrijf op basis van een tijdelijke arbeidsovereenkomst. De werkgever besloot het contract niet te verlengen en maakte in november de eindafrekening op. De werknemer vond dat deze financiële afwikkeling niet correct was verlopen. Via een gemachtigde deed hij een beroep op onder meer een transitievergoeding, een aanzegvergoeding, aanvullende specificaties en schadevergoeding.

Te laat betaald

Begin 2026 ontving het sportbedrijf hiervoor een dagvaarding. Maar op dat moment had de organisatie de transitievergoeding al betaald en toegezegd ook de aanzegvergoeding te voldoen. Die laatste betaling volgde eveneens, inclusief wettelijke rente.
In zijn uitspraak stelt de kantonrechter vast dat het sportbedrijf de transitievergoeding te laat heeft betaald. Daarom is de werkgever wettelijke rente verschuldigd over de tussenliggende periode. Het door de werknemer berekende bedrag van 4,24 euro wordt toegewezen.
Maar de overige vorderingen worden tenietgedaan door de rechtbank. Volgens de rechter had het sportbedrijf de eindafrekening al verstrekt en betaald. De werknemer had bovendien niet concreet gesteld dat deze onjuist was.

Onnodige escalatie

Ook de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. De werkgever had na ontvangst van de sommatie haar betalingsverplichtingen grotendeels erkend en aangegeven wanneer betaling zou volgen.In plaats van deze betalingen af te wachten en de resterende wettelijke rente op te eisen, bleef de gemachtigde van de werknemer aanspraak maken op aanvullende vergoedingen en juridische kosten. Volgens de rechter heeft deze partij de kwestie daardoor onnodig laten escaleren.
Een vordering voor aanvullende schadevergoeding van de werknemer wordt eveneens afgewezen. Bijzondere omstandigheden of daadwerkelijk geleden schade zijn volgens de kantonrechter onvoldoende aangetoond. Omdat de werknemer grotendeels ongelijk krijgt, wordt hij veroordeeld tot betaling van 632,50 euro aan proceskosten. Deze uitspraak laat zien dat een werknemer ook bij een geringe openstaande vordering terecht naar de rechter kan stappen. Maar dat betekent niet dat alle gemaakte juridische kosten verhaalbaar zijn. Indien een werkgever zijn verplichtingen al grotendeels is nagekomen en aanvullende vorderingen onvoldoende zijn onderbouwd, kan doorprocederen leiden tot een proceskostenveroordeling. Zelfs wanneer de werknemer op één onderdeel gelijk krijgt.
Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via [email protected] of bel naar 073-6154311.
loading

Loading articles...

Loading