MAARSSEN/UTRECHT - Een partijtje dollen tussen twee busschauffeurs in Maarssen is geëindigd in een drama voor beiden. De een moest het bekopen met de dood, terwijl de ander - verwikkeld in diverse rechtsprocedures - een voorwaardelijke geldboete en voorwaardelijke rijontzegging boven het hoofd hangt.
Nadat de rechtbank de verdachte, conform de eis van de officier van justitie, eerder had veroordeeld is de inmiddels 46-jarige chauffeur uit Oudewater in hoger beroep gegaan. Maar ook de advocaat-generaal (OM) eist nu tegen de chauffeur dezelfde straf: een voorwaardelijke geldboete van 500 euro en een voorwaardelijke rijontzegging van twee maanden met een proeftijd van twee jaar.
Visie OM
In de visie van het OM heeft hij als buschauffeur op 4 augustus 2013 in Maarssen een ongeval veroorzaakt ten gevolge waarvan een collega-buschauffeur overleed. Op de bewuste dag was het latere slachtoffer bij het busstation in Maarssen met de verdachte aan het dollen door te pogen hem nat te maken met een flesje water. Om dit te voorkomen en omdat het tijd was om te vertrekken, heeft verdachte zijn bus gestart en is hij weggereden van de bushalte. Het slachtoffer bevond zich op dat moment nog in de nabijheid van de bus. Buiten het zichtveld van de verdachte probeerde het latere slachtoffer in gebukte stand de deur van de bus te openen met behulp van de noodknop aan de buitenzijde bij de deur. Hij is, bij het wegrijden van de bus, onder het rechtervoorwiel terechtgekomen. Het slachtoffer overleed ter plaatse.
Geen misdrijf maar overtreding
De advocaat-generaal vindt dat er onvoldoende bewijs in het dossier aanwezig is om te stellen dat verdachte in strafrechtelijke zin schuld heeft aan het ongeval. Uit de specifieke feiten en omstandigheden is niet af te leiden dat verdachte gehandeld heeft met een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Wel vindt de advocaat-generaal dat verdachte gevaar op de weg heeft veroorzaakt door niet te stoppen terwijl hij wist of in ieder geval behoorde te weten dat het slachtoffer zich in de nabijheid van de bus bevond. "Verdachte heeft met zijn gedragingen gevaar veroorzaakt op de weg. Het gevaar bestond er uit dat voorafgaand aan het wegrijden het slachtoffer voor de bus langs liep, van de bestuurderskant naar de deur aan de andere kant. Verdachte had redelijkerwijs kunnen vermoeden dat het slachtoffer daar nog stond." Met deze bewezenverklaring is sprake van een overtreding en niet van een misdrijf hetgeen de relatief lage strafeis tot gevolg heeft.
De uitspraak is over twee weken.