
UTRECHT - De vier grote steden, Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht (G4), krijgen te maken met een onverwachte bezuiniging van staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs. Hij wil vanaf volgend jaar 20 miljoen euro bezuinigen op de subsidie voor het wegwerken van achterstanden bij kinderen in het onderwijs.
"Deze bezuinigingen hebben grote gevolgen", aldus de G4. "Achterstand in het onderwijs vergroot de kans op vroegtijdig schoolverlaten en werkloosheid", stellen de onderwijswethouders. De 20 miljoen euro die wordt gekort was onder meer bedoeld voor kinderen die bijvoorbeeld een taalachterstand hebben. Met de subsidie moest worden voorkomen dat de kinderen met een achterstand aan hun schoolloopbaan beginnen. Ze vinden het onbegrijpelijk dat de staatssecretaris afbreekt wat de afgelopen jaren in de grote steden is opgebouwd. De korting in de grote steden gaat ten koste van duizenden plekken in de zogeheten voorschoolse opvang. Er is dan minder geld voor het bijscholen van peuterleidsters en het aantrekken van hbo-geschoolde medewerkers in de peuteropvang. Bovendien dreigen honderden leidsters op straat komen te staan.
Herverdeling
Dekker wil het geld herverdelen. Hij wil kleinere gemeenten meer geld geven om achterstanden weg te werken. Het kabinet geeft de 37 grootste gemeenten jaarlijks 95 miljoen euro om de taalachterstand van jonge, voornamelijk migrantenkinderen aan te pakken, boven op het landelijke budget van 261 miljoen. Het extra geld is voornamelijk bedoeld om kinderen vanaf 2,5 jaar op de kinderopvang of in de peuterklassen al spelend Nederlands te leren.




