UTRECHT - Uit de resultaten van de landelijke AD zorgenquête, waaraan 28.000 mensen hebben deelgenomen, blijkt grote onvrede over de zorg die op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in 2015 is geleverd.
De respondenten kregen de gelegenheid zich uit te spreken over zowel de medische als de ondersteunende zorg die zij hebben ontvangen in het afgelopen jaar.
Medische zorg
Over de geboden medische zorg is het oordeel opvallend positief. Gemiddeld is bijna de helft van de Utrechters (47 procent) tevreden en een derde (35 procent) ontevreden. In heel Nederland krijgt de zorg gemiddeld precies een 6, Utrechters zijn iets meer content en beoordelen de zorg met een 6,2. Die iets royalere voldoende kan te danken zijn aan de medische prestaties van artsen en verpleegkundigen.
Ondersteunende zorg
Over de taken die (sinds de invoering van de Wmo in januari 2015) onder de verantwoordelijkheid vallen van de gemeenten vallen zoals de thuiszorg (huishouden, persoonlijke verzorging) en maatwerkvoorziening (trapliften, rolstoelen, dagbesteding en vervoer) bestaat veel minder tevredenheid. Landelijk geeft 70 procent van de mensen aan daarover ontevreden of zeer ontevreden te zijn. In de regio Utrecht is dat percentage met 84 aanmerkelijk hoger.
Een oorzaak hiervoor kan worden gevonden in het niet toereikende budget van het Rijk aan de gemeenten. Veel gemeenten, waaronder Utrecht, hebben op basis hiervan flink gesnoeid in de uren voor huishoudelijke hulp. Ook waren zij zeer terughoudend met het verstrekken van voorzieningen, zoals scootmobielen en trapliften. De rechtszaken die hierover zijn gevoerd zijn talrijk, en werden in veel gevallen gewonnen door de inwoners die een voorziening of zorgvuldiger procedure eisten.
Leeftijd en informatie
Opvallend is de relatie tussen de mate van onvrede en leeftijd. De kritiek neemt met het stijgen van de leeftijd toe. Van de 75-plussers is zelfs 95 procent negatief over de ontwikkelingen in de zorg in het afgelopen jaar. De kwaliteit van de geboden zorg is volgens 85 procent van de deelnemers aan de enquête achteruit gegaan, 14 procent meent dat het gelijk is gebleven. Niemand vond dat de zorg erop vooruit is gegaan.
Bijna twee derde van de respondenten meent bovendien onvoldoende geïnformeerd te zijn over de veranderingen in de zorg. Een kwart is wel tevreden over de voorlichting hierover. De media vormen hierbij verreweg de belangrijkste bron van informatie. De voorlichtingscampagnes van overheid en verzekeraars lijken daarentegen niet te zikjn aangeslagen; slechts één op de vijf ondervraagden noemt deze als hun belangrijkste informatiebron.
Nu betaalbaar, straks ook?
Het percentage mensen dat financiële consequenties heeft ervaren door de veranderingen in de zorg en zij die er weinig van merkten, is gelijk: elk 43 procent. Ook hier stijgt het aantal critici met het oplopen van de leeftijd.
Meer dan 95 procent van de invullers van de AD Zorgenquête antwoordde bevestigend op de vraag of zij zorgen hebben over de ontwikkelingen in de toekomst. Twee derde van hen vreest in de toekomst minder zorg te krijgen. Die onzekerheid over de toekomst en de betaalbaarheid houden ook veel respondenten bezig.
Bron: AD.nl