Rijnenburg, de polder aan de zuidwestkant van Utrecht, biedt volgens GroenLinks een uitgelezen kans om een stuk nieuwe natuur te creëren waar gerecreëerd kan worden en waar duurzame energie wordt opgewekt. GroenLinks Utrecht presenteerde gisteren een
impressie van de mogelijkheden van het gebied. Lijsttrekker Julia Kleinrensink: “Rijnenburg kan het Amsterdamse bos van Utrecht worden: meer dan 1.000 hectare groen, met plek zat voor wandelpaden, mountainbikeroutes en een zwemplas. En het mooie is, in onze plannen roei je er vanuit de stad zo naartoe!”
De toekomst van polder Rijnenburg staat al een tijd lang in de schijnwerpers. Op dit moment worden er plannen gemaakt voor de opwek van duurzame energie, maar meerdere politieke partijen willen de polder gebruiken om woningen te bouwen. Kleinrensink: “Dat klinkt misschien logisch, maar als je je verder in die plannen verdiept besef je dat dat een ondoordacht plan is. Polder Rijnenburg is een overstromingsgebied dat elk jaar een stukje verder wegzakt. Het is enorm duur om er goed openbaar vervoer naar aan te leggen. Bovendien is dit het laatste grote groene gebied aan die kant van Utrecht. Dat moeten we koesteren, niet alleen voor onszelf, maar ook voor de vogels en vleermuizen die er voorkomen”.
GroenLinks presenteerde daarom gisteren een alternatieve visie, waarin recreatie en natuur wordt gecombineerd met ruimte voor windmolens, zonnevelden en waterberging. Er komt ruim 300 hectare bos, een nieuwe zwemplas met strand en uitzichtsheuvel, en een vogelgebied met wetlands. Ook wordt in deze plannen de recreatieplas Strijkviertel doorgetrokken, waardoor een roeibaan van wedstrijdformaat ontstaat waarmee je vanuit de stad naar Rijnenburg kan roeien. Kleinrensink: “In het zuiden hebben we Amelisweerd en alle Utrechters weten hoe fijn het is om mooi groen in combinatie met recreatie en sportvoorzieningen te hebben. We gunnen Utrechters meer groen om op je vrije dag tot rust te komen of te genieten van mooie routes tijdens het fietsen”.
GroenLinks wil de woningnood het hoofd bieden door in de bestaande stad woningen te bouwen. Binnenstedelijk bouwen heeft veel voordelen: het is goedkoper en de woningen kunnen dichterbij bestaande voorzieningen worden gebouwd, zoals openbaar vervoer, scholen en ziekenhuizen. Groenlinks wil 3.000 tot 4.000 woningen per jaar in de stad bouwen, bijvoorbeeld op braakliggende terreinen of plekken waar nu verouderde kantoorpanden staan. “De schop kan daar een stuk sneller in de grond dan in de polder. We moeten de woningnood nu oplossen, niet over 10 jaar”, aldus Kleinrensink.