CvB oordeelt over bijstandsrecht van samenwoners met zorgbehoefte

06 dec 2016, 12:18 Stadsnieuws
wheelchair 623198 1280
CC0 Public Domain

UTRECHT - De Centrale Raad van Beroep heeft op 6 december 2016 uitspraak gedaan over een zorgbehoevende bijstandsgerechtigde die samenwoont met haar zorgverlener. In die situatie worden een samenwonende broer en zus voor de bijstand niet als gehuwden beschouwd. Dit meldt Blik op Nieuws.

De betrokken vrouw heeft een bijstandsuitkering voor een alleenstaande. Zij huurt een kamer van haar broer. Na herseninfarcten is zij rolstoelafhankelijk geworden. Zij heeft een persoonsgebonden budget (pgb). Met haar broer heeft zij een zorgovereenkomst. Haar broer verzorgt haar en zijn salaris wordt betaald uit het pgb.

De wet

De wet maakt onderscheid tussen samenwonende bloedverwanten in de tweede graad (zoals broers en zussen) en andere samenwonenden. Het gaat daarbij om de situatie dat één van hen intensieve zorg nodig heeft en de ander die zorg verleent. Samenwonende tweedegraads bloedverwanten worden in dat geval niet aangemerkt als gehuwden. Andere samenwonenden wel. De wetgever heeft bij het maken van de wet al onderkend dat dit onderscheid leidt tot ongelijke (nadeliger) behandeling van alle andere ongehuwd samenwonenden met een bijstandsuitkering, van wie er één intensieve zorg nodig heeft.

Standpunt gemeente

Volgens de gemeente voert de vrouw een gezamenlijke huishouding met haar broer. Daarom geldt voor hen de bijstandsnorm voor gehuwden. Omdat de broer inkomsten ontving die hoger waren dan de gehuwdennorm, heeft de vrouw volgens de gemeente geen recht meer op een bijstandsuitkering.

Uitspraak Raad

De Raad heeft geoordeeld dat er geen rechtvaardiging is voor verschillende behandeling van samenwonende tweedegraadsbloedverwanten (zoals broers en zussen) en andere ongehuwd samenwonenden, indien één van hen zorgbehoevend is. Daarbij heeft de Raad ook oog gehad voor het feit dat in de huidige tijd deze zorg niet alleen wordt verleend door familieleden, maar ook regelmatig door anderen, met wie geen familieband bestaat. De vrouw heeft in beginsel recht op bijstand als alleenstaande. De gemeente moet nu een nieuwe beslissing nemen en mag in dit geval niet uitgaan van een gezamenlijke huishouding. Tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep kunnen partijen nog wel cassatie instellen bij de Hoge Raad.

Bron: blikopnieuws.nl