Utrechtse pedagogiekstudenten aan de slag bij kinderopvanglocaties

Foto: klimkin via pixabay

Pedagogisch medewerkers op de kinderopvang zagen in coronatijd een toename van complexe zorgvragen. Op de peutergroepen met voorschoolse educatie, waar kinderen van 2,5 tot 4 jaar met een mogelijke taal- of ontwikkelingsachterstand een extra steuntje in de rug krijgen, bleken sommige kinderen vaker zorgelijk gedrag te vertonen. Veel en langdurig huilen bijvoorbeeld. Of niet weten hoe het zich kan vermaken met het aangeboden speelgoed. De pedagogisch medewerkers vroegen om hulp. En die kwam: pedagogiekstudenten van de Universiteit Utrecht werken sinds december vorig jaar op verschillende kinderopvanglocaties in Utrecht.  

De zorgen van de pedagogisch medewerkers om het gedrag van sommige kinderen kwamen terecht bij Ingrid Geertsma-Zoer, teamleider Voorschoolse Educatie bij Kind & Co Ludens. Zij besprak het probleem bij het overleg met partners binnen het Stadsnetwerk Gelijke Kansen Utrecht. “Het overleg was in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). De gemeente stelde een bedrag beschikbaar om vermeende corona-effecten te bestrijden.” Hoogleraar Educatie en Pedagogiek Jan van Tartwijk externe link was ook bij dat overleg. Geertsma-Zoer: “Jan zei: ‘Ik kan je helpen. Ik denk dat er genoeg studenten zijn die dit als bijbaan willen.’”
Onderwijskundig adviseurs van Onderwijsadvies & Training coördineerden het initiatief, en gingen aan de slag met de praktische uitwerking. Ze vroegen Student Op School (SOS), een project van de Universiteit Utrecht om enthousiaste studenten in beginsel te koppelen aan middelbare scholen, om hierin de hoofdrol te spelen. SOS begon meteen met werven onder studenten Pedagogiek. Dat ging vlot. De benodigde 31 studenten konden begin december al aan de slag. Geertsma-Zoer: “Dat het zo snel zo goed lukte: fantastisch!” Inmiddels zijn er al 87 studenten werkzaam op Utrechtse peutergroepen met voorschoolse educatie.
Een van de studenten die in december aan het werk kon op een van de kinderopvanglocaties is tweedejaarsstudente Sanne van Schijndel. “Toen ik startte met deze bijbaan was er direct veel herkenning. De studie Pedagogische Wetenschappen bestaat natuurlijk uit theorie. Nu ik op zo’n groep sta, kan ik zien hoe het er op de werkvloer aan toe gaat. Daardoor leer ik ook nog veel meer. Het is een hele goede aanvulling op mijn studie. En ik word er ook nog eens goed voor betaald.”
De studenten krijgen bij de kinderopvang uiteenlopend werk aangereikt. Er wordt geholpen bij de verzorging: jassen aan- en uittrekken, fruit eten aan tafel. Ook worden de studenten ingezet om bijvoorbeeld voor te lezen en te begeleiden bij spelletjes of knutselwerk. Sanne: “Daarbij worden we erop gewezen dat we goed Nederlands met de kinderen spreken. In duidelijke, volledige zinnen. Dus als een kind in een zandbak een hap wil nemen van een zandtaart, is het niet de bedoeling om iets te zeggen als: ‘Nee! Bahbah!’ Het is beter om het kind uit te leggen dat zand niet om te eten is, maar om mee te spelen.” Geertsma-Zoer verduidelijkt dat dit gebruik van hele, in plaats van korte, zinnen een van de voorbeelden is hoe er gewerkt wordt aan de kansengelijkheid van de kinderen. “Zo willen we ervoor zorgen dat deze kinderen, als ze vier zijn en naar school gaan, ook op het gebied van taal meteen meekunnen met hun klasgenoten.”  
Ook verschillende basisscholen hebben aangegeven behoefte te hebben aan extra handen op school. Daarom is een plan in de maak om studenten te gaan werven voor basisscholen in de regio en stad Utrecht. Meer informatie over een bijbaan in het (peuter)onderwijs is te vinden op de website van SOS.

Reacties

Cookieinstellingen