
De rechtbank spreekt een 36-jarige man uit Utrecht vrij van opzettelijke vrijheidsberoving, gijzeling, dwang en afpersing. Volgens de rechtbank kunnen deze verdenkingen tegen de man niet wettig en overtuigen bewezen worden.
De man zou op 30 december 2017 in Arnhem twee mannen onder dreiging met een vuurwapen hebben vastgehouden om een van hen te dwingen een groot bedrag aan bitcoins naar hem over te maken. Een van deze mannen deed aangifte bij de politie. Maar de andere man die zou zijn vastgehouden wilde niets over het voorval verklaren.
Naast de verklaring van een van de mannen, bevat het dossier verder geen steunbewijs. Hoewel het er alle schijn van heeft dat er op die bewuste dag iets is voorgevallen, oordeelt de rechtbank dat zij niet kan vaststellen wat er die dag is gebeurd en wat de rol van de Utrechter daarbij zou kunnen zijn geweest. De rechtbank spreekt de man uit Utrecht daarom vrij. De officier van justitie had een gevangenisstraf geëist van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk.
Het slachtoffer diende een schadevergoeding in. Omdat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komt, wordt de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.






