Gerard van Honthorst was caravaggist maar had ook veel aan Utrecht te danken

22 apr , 12:15Kunst & Cultuur
Gitaarspelend meisje
© GrandPalaisRmn (Musée du Louvre) / Franck Raux
Vanaf 25 april presenteert het Centraal Museum de eerste grote overzichtstentoonstelling over Gerard van Honthorst (1592-1656), een van de succesvolste Noord-Nederlandse schilders van de zeventiende eeuw. Gerard van Honthorst - In alles anders dan Rembrandt brengt ruim zestig schilderijen en een dertigtal tekeningen uit internationale topcollecties samen, waaronder die uit Musée du Louvre, de Britse Royal Collection en Galleria Borghese. Volgens senior conservator Liesbeth Helmus had Honthorst veel aan Utrecht te danken. ‘Dat zijn wieg in Utrecht stond, was doorslaggevend voor zijn succesvolle carrière.’
Waarom heeft het Centraal Museum besloten om nu een tentoonstelling over Honthorst te organiseren? Was er een directe aanleiding voor? 
'Met Utrecht, Caravaggio en Europa en De Bentvueghels heeft het Centraal Museum de collectie Oude Kunst op een overtuigende manier opnieuw gepresenteerd aan een breed publiek. Oude kunst krijgt immers telkens nieuwe betekenis in het licht van het heden.
Met deze tentoonstelling over Gerard van Honthorst zetten we die gedachte voort en hopen we zijn werk opnieuw een plek te geven in het collectieve geheugen van de huidige generaties inwoners van Utrecht en Nederland, en het professionele veld.'
Het samenbrengen van veel bijzondere bruiklenen vergt een lange voorbereiding, maar er is nu niet direct een jubileum waarom deze tentoonstelling in deze periode of dit jaar te zien is. 

Waarom wordt er nadrukkelijk de relatie gelegd met Rembrandt? Waarin verschilt Honthorst van Rembrandt en wat zijn de overeenkomsten?
'De Utrechtse schilder is een tijdgenoot van Rembrandt, en ook al kijken we vanuit het nu naar een breder palet van namen, draaide het in die tijd in de Noordelijke Nederlanden om twee namen; Gerard van Honthorst en de jongere Rembrandt van Rijn. Beide waren historieschilder en ze hadden allebei een invloedrijk netwerk en een grote clientèle. Beiden hadden uitzonderlijk veel leerlingen, en beiden inden het extreem hoge bedrag van 100 gulden lesgeld per jaar, waarmee ze tot de duurste leermeesters van de zeventiende eeuw behoorden.
Afgezien van het feit dat de een uit Holland, en de ander uit Utrecht kwam, waardoor zij in een geheel andere traditie waren geschoold en opgegroeid, is er nog een belangrijk ander verschil: Honthorst was ook hofschilder.
De vraag hoe hij beide schilders zich tot elkaar verhouden is onvermijdelijk, maar tegelijkertijd moeilijk om te beantwoorden. Het is ook geen wedstrijd. Door Rembrandt als bekend referentiepunt te gebruiken voor bezoekers van vandaag, prikkelen we het publiek met het fantastische werk van Gerard van Honthorst en geven we ze meer grip.'
Van Honthorst is een Utrechtse schilder. Kun je dat terugzien in zijn schilderijen?
'Utrecht zie je niet één-op-één terug in het werk van Gerard van Honthorst, maar zijn rol voor de stad is cruciaal geweest. In de vroege zeventiende eeuw was Utrecht een belangrijk cultureel centrum, en toen Honthorst terugkeerde uit Italië speelde hij slim in op waar vraag naar was. Hij maakte zich het pastorale genre helemaal eigen, dat in Utrecht zijn oorsprong vond, en legde zich toe op de portretschilderkunst. Honthorst speelde een hoofdrol in de ontwikkeling van het allegorische portret. Ook het zogenoemde portrait historié, waarin geportretteerden worden uitgebeeld als mythologische of historische figuren, was een populair genre.
Samen met Hendrick ter Brugghen en Dirck van Baburen bracht hij het caravaggisme naar het Noordelijke Nederlanden. Wat toen ontstond, kennen we nu als de Utrechtse caravaggisten, een stroming die Utrecht blijvend op de kaart heeft gezet in de kunstgeschiedenis.
Honthorst heeft ook veel aan Utrecht te danken. Dat zijn wieg in Utrecht stond, was doorslaggevend voor zijn succesvolle carrière. Utrecht was in de Middeleeuwen namelijk het religieuze en bestuurlijke centrum van een omvangrijk prinsbisdom binnen het Heilige Roomse Rijk. Het wemelde er daarom van de kerken, kloosters en kapellen en vanaf het begin van de dertiende eeuw waren beeldhouwers en schilders aan het werk in de stad.'
Honthorst is ook vier jaar in Italië geweest en werd beïnvloed door Caravaggio. Hoe zie je dat terug in zijn werk?
'Carravagio brak radicaal met de geïdealiseerde vormentaal en introduceerde natuurgetrouw realisme. De figuren die geschilderd werden waren levensecht, en de kenmerkende afbeeldingen hadden dramatische tegenstellingen tussen lichte en donkere partijen en die invloed is duidelijk terug te zien in de nachtstukken van Honthorstx.
Honthorst was in Rome duidelijk ‘in gamba’, zoals de Italianen zeggen. Hij had een goed netwerk, vrienden en hij was buitengewoon succesvol. Hij bezat het bijzondere intuïtieve talent om optimaal in te spelen op de wensen van zijn klanten. Dat maakte hem zeer geschikt om te werken voor veeleisende opdrachtgevers zoals de karmelieten. Zijn vrolijke gezelschappen met ondeugende grapjes waren geliefd, maar hij schilderde ook religieuze thema’s die indringend zijn en gemaakt om het verhaal over te brengen op de kijker. Honthorst werd beïnvloed door Caravaggio, maar een aantal werken uit de Romeinse tijd laten ook zeker de invloed van zijn leermeester Abraham Bloemaert laten zien, zowel in de keuze voor een centraal punt in de compositie, alsook in de meer classicistische stijl van een aantal van zijn schilderijen.
Zijn jarenlange verblijf in Rome was van doorslaggevend belang voor zijn artistieke ontwikkeling en heeft ongetwijfeld ook belangrijk bijgedragen aan zijn persoonlijke groei.'
Was Honthorst een schilder die altijd voor de markt schilderde?
'Dat niet, maar Honthorst had een buitengewoon talent om zich in te leven in de wensen van zijn opdrachtgevers. Hij was bereid om te luisteren naar zijn opdrachtgevers, had intuïtie voor de kunstmarkt én kon, niet onbelangrijk, simpelweg goed schilderen. Het is belangrijk om ons hiervoor wel te verplaatsen in de tijd waarin Gerard van Honthorst leefde. Tegenwoordig zijn wij geneigd om een kunstwerk als een vorm van zelfexpressie te interpreteren en te waarderen, maar in de zeventiende eeuw bestond dat idee nog niet. In die tijd was er alleen sprake van de objectieve uitdrukking van de ‘affecten’: de al dan niet geslaagde uitbeelding van hartstochten en emoties.
Het doel van de schilderkunst in die tijd was niet dan ook niet de persoonlijke zelfexpressie, maar artistieke erkenning en brood op de plank. Honthorst was wat beide betreft een voorbeeld om na te volgen.'
Het persbericht eindigt met de zinsnede dat hij weer een plaats verdient in het artistieke pantheon. Is hij wat op de achtergrond geraakt? En verdient hij een plaats op de voorgrond? En waarom? En moet de tentoonstelling daaraan bijdragen?
'Gerard van Honthorst was een van de meest succesvolle kunstenaars in het bruisende kunstklimaat van de zeventiende eeuw, maar zijn sterke verbondenheid met de Italiaanse schildertraditie paste minder goed binnen het idee van een ‘typisch Nederlandse’ schilderkunst dat in de 18e eeuw belangrijk werd gemaakt. 
Met Johannes Vermeer (1632-1675) en Frans Hals (1582/83-1666) voert Rembrandt sinds de negentiende eeuw de canon aan van de wereldberoemde zeventiende-eeuwse Hollandse schilderkunst. Rembrandt werd geboren in Leiden, stierf in Amsterdam en leefde zijn leven binnen een straal van zo’n 70 kilometer. Vermeer woonde en werkte in Delft, een stad die hij voor zover we weten nooit heeft verlaten. Zijn talent werd pas halverwege de negentiende eeuw ook buiten Delft opgemerkt. Hals was een immigrant. Geboren in Antwerpen kwam hij op jonge leeftijd naar Haarlem, waar hij woonde en werkte en uiteindelijk kwam te overlijden. In zijn tijd was hij lokaal een gevierd portret- en genreschilder. Klanten buiten Haarlem had hij nauwelijks. Het ging in die tijd om Honthorst en Rembrandt, want beiden waren historieschilder en beiden hadden een invloedrijk netwerk en een grote clientèle. Beiden hadden uitzonderlijk veel leerlingen, en beiden inden het extreem hoge bedrag van 100 gulden lesgeld per jaar, waarmee ze tot de duurste leermeesters van de zeventiende eeuw behoorden. Afgezien van het feit dat de een uit Holland, en de ander uit Utrecht kwam, waardoor zij in een geheel andere traditie waren geschoold en opgegroeid, is er nog een belangrijk ander verschil: Honthorst was ook hofschilder.
Gerard van Honthorst leefde zo’n 400 jaar geleden en dat is lang terug. Het werk van Johannes Vermeer is bijvoorbeeld ook pas halverwege de negentiende eeuw weer herontdekt. Door tentoonstellingen als deze te organiseren kun je voor bezoekers nu en in de toekomst het bestaande beeld van de schilderkunst uit de zeventiende eeuw verrijken. Deze Utrechtse wereldburger verdient ook nu dit podium in de hoofden van mensen en Utrecht en het Centraal Museum zijn daar de uitgelezen plek voor'
Wat zijn de mooiste stukken die te zien zijn op de tentoonstelling?
'De aanloop naar de opening is altijd prachtig. Al die stukken komen uit de hele wereld, uit Rome, Londen, Amerika, terug naar Utrecht. Terug naar de plek waar de grootmeester de langste tijd van zijn leven heeft doorgebracht. Het is heel erg bijzonder dat we dat met elkaar mogen meemaken. We kunnen geen favoriet kiezen en zijn vooral heel trots om het publiek werken uit de collectie van het Centraal Museum te kunnen laten zien naast werken uit de collecties van topmusea, de Nederlandse en Britse Koningshuizen en particuliere verzamelingen.
De kracht van een tentoonstelling juist zit in het samenspel. Het is bijzonder om zoveel werken van Gerard van Honthorst samen te brengen. Juist daardoor kun je zijn signatuur heel helder laten zien, naast dat we dat toelichten in de teksten. Door zoveel werken naast elkaar te presenteren, worden terugkerende elementen in lichtgebruik en de bijna voelbare emoties merkbaar, en ga je zijn hand als schilder echt herkennen.'
loading

Loading articles...

Loading