
Vanaf 25 april presenteert het Centraal Museum de eerste grote overzichtstentoonstelling over Gerard van Honthorst (1592-1656), een van de succesvolste Noord-Nederlandse schilders van de zeventiende eeuw. Gerard van Honthorst - In alles anders dan Rembrandt brengt ruim zestig schilderijen en een dertigtal tekeningen uit internationale topcollecties samen, waaronder die uit Musée du Louvre, de Britse Royal Collection en Galleria Borghese.
Bart Rutten, artistiek directeur Centraal Museum: "Gerard van Honthorst behoort tot de meest vooraanstaande en invloedrijke schilders van de zeventiende eeuw, maar raakte later overschaduwd door de dominante beeldvorming rond Rembrandt. Het Centraal Museum neemt met deze tentoonstelling het initiatief om Honthorst opnieuw te positioneren als een van de grote meesters van zijn tijd."
Utrechtse wortels, Italiaanse invloed
Gerard van Honthorst werd geboren in Utrecht, waar hij het schildersvak leerde bij Abraham Bloemaert. Daarna vertrok hij naar Rome, waar hij werd beïnvloed door het vernieuwende chiaroscuro (licht-donker contrasten) en het naturalisme van Caravaggio. In de jaren dat hij er woonde en werkte, van circa 1616 tot 1620, kreeg hij als een van de weinige niet-Italianen tal van opdrachten voor het schilderen van grote altaarstukken. Ook viel hij in de smaak bij de invloedrijke kunstverzamelaars. Hij maakte er naam met zijn nachtstukken, die hem later de bijnaam 'Gherardo delle Notti' (Gerard van de nachten) opleverde. De tentoonstelling begint met schilderijen uit de Romeinse periode van Honthorst, waaronder de recent verworven De extase van Maria Magdalena (ca. 1618-1620) en De bespotting van Christus (ca. 1617), een bruikleen van LACMA.
Utrecht was in de eerste decennia van de zeventiende eeuw het belangrijkste culturele centrum van de Noordelijke Nederlanden en toen Honthorst in 1620 terugkeerde, kwam hij tegemoet aan de vraag door genrestukken met een erotische twist en muziekstukken te gaan schilderen. Hij bekwaamde zich in het pastorale genre, dat in Utrecht zijn oorsprong vond, en legde zich toe op de portretschilderkunst. Honthorst speelde een hoofdrol in de ontwikkeling van het allegorische portret. Ook het zogenoemde portrait historié, waarin geportretteerden worden uitgebeeld als mythologische of historische figuren, was een populair genre.
Honthorst had een buitengewoon talent om zich in te leven in de wensen van zijn opdrachtgevers, wat hem belangrijke opdrachten opleverde en waardoor hij uiteindelijk zeer succesvol werd als hofschilder in Den Haag. Hij schilderde in opdracht van bisschop Antoon Triest het altaarstuk voor diens kapel in de Sint Baafskathedraal in Gent en werkte in Londen voor Koning Karel I, die zo tevreden was dat hij Honthorst Engels staatsburger maakte.
Hofschilder in Den Haag
In 1637 opende Honthorst een tweede werkplaats in Den Haag waar hij de favoriete schilder was van de in ballingschap levende koningin Elizabeth van Bohemen, de Winterkoningin. Voor haar en haar echtgenoot Frederik V van de Palts schilderde hij tal van portretten, die door zijn medewerkers eindeloos werden herhaald. Deze schilderijen dienden een publicitair doel: ze waren een bekrachtiging van hun koninklijke titel en bevestigden hun claim op het Koninkrijk Bohemen. Amalia van Solms was na Elizabeth Honthorsts grootste opdrachtgever in Den Haag en ook zij gebruikte zijn portretten als promotiemateriaal voor haar gezin. Toen haar man Frederik Hendrik in 1647 overleed en Amalia besloot de Oranjezaal in Huis ten Bosch aan hem te wijden, leverde Honthorst een belangrijke bijdrage aan deze prestigieuze opdracht. In de laatste zaal van de tentoonstelling zijn werken uit de Haagse periode van Honthorst te zien, waaronder het meesterwerk Susanna en de ouderlingen (1655), een bruikleen van Galleria Borghese in Rome.
Artistieke erkenning
Tegenwoordig zijn wij geneigd om een kunstwerk als een vorm van zelfexpressie te interpreteren en te waarderen, maar in de zeventiende eeuw bestond dat idee nog niet. Destijds was er alleen sprake van de objectieve uitdrukking van de 'affecten': de al dan niet geslaagde uitbeelding van hartstochten en emoties. Het doel van de schilderkunst was niet de persoonlijke zelfexpressie, maar artistieke erkenning en brood op de plank. Honthorst was wat beide betreft een voorbeeld om na te volgen. Ook toen halverwege de achttiende eeuw de discussie losbrandde over de nationale identiteit van de Nederlandse schilderkunst die onderscheidbaar moest zijn van de internationale, bleef Honthorst hoog scoren.
Het begrip 'school' werd gebruikt om schilders te onderscheiden uit een speciaal geografisch gebied met gemeenschappelijke stijlkenmerken in hun werk. De historieschilderkunst werd als hoogste categorie van de genres bevestigd. En hoewel Honthorst vanwege zijn nachtstukken en als historieschilder lang grote waardering genoot, viel hij in de negentiende eeuw als te 'on-Hollands' en 'te internationaal´ buiten de boot. De tentoonstelling over Caravaggio in 1951 in Milaan was een kantelpunt in de moderne kunstgeschiedenis en in het kielzog hiervan werden de schilders die door hem werden beïnvloed opnieuw op waarde geschat.
Meester van zijn tijd
Het mag duidelijk zijn dat Gerard van Honthorst niet alleen als caravaggist, maar ook als genre- en portretschilder een prominente plaats verdient in de canon van de zeventiende-eeuwse schilderkunst. Hij ontwikkelde een eigen, herkenbare beeldtaal, vooral in zijn nachtstukken, waarin de kunstmatige lichtbron niet alleen dramatisch, maar ook compositorisch en psychologisch functioneert. Na zijn terugkeer naar Utrecht, beïnvloedde hij schilders als Rembrandt en was hij een cruciale schakel tussen Italiaanse en Noord-Nederlandse schildertradities, die de Hollandse schilderschool mede vormgaven. Zijn internationale loopbaan, van Rome tot de Noord-Europese hoven, onderstreept zijn betekenis en onderscheidt hem van zijn tijdgenoten. Gerard van Honthorst behoorde in zijn tijd tot het artistieke pantheon en die plaats komt hem ook vandaag weer toe.




