‘Ik heb een hele verzameling van afbeeldingen van lichaamsdelen in de Middeleeuwen’

Foto: Museum Catharijneconvent

In Museum Catharijneconvent is tot en met 17 januari 2021 de tentoonstelling Body Language. Het lichaam in de middeleeuwse kunst te zien. Dr. Wendelien van Welie-Vink, docent middeleeuwse kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, is initiatiefnemer en gastconservator van de tentoonstelling. ‘Maria Magdalena, helemaal bedekt met haren met alleen haar borstjes en knieën uitgespaard, daar gaat een hele wereld achter schuil.’

Van Welie-Vink is altijd al gefascineerd geweest door kleding en lichaamsdelen in de Middeleeuwen, vertelt ze. ‘Ik heb een hele verzameling van afbeeldingen van lichaamsdelen in de Middeleeuwen. Maar het viel me op dat er nog nooit iets was gepubliceerd over het lichaam in de Middeleeuwen. Wel deelstudies over bijvoorbeeld het hoofd van Johannes de Doper maar geen overzichtsstudie over het lichaam in de Middeleeuwen.’ Terwijl er volgens Welie-Vink duidelijk een verhaal verteld wordt met bijvoorbeeld de wonden van Jezus. ‘Ze willen je aandacht trekken en er iets over vertellen. Als je bijvoorbeeld weet dat volgens de traditie de kerk uit de zijde van Christus is geboren, dan is de stap om deze wond van Christus als vagina af te beelden niet zo groot. Met onze 21e eeuwse blik kijken wij daar natuurlijk raar tegen aan.’
Welie-Vink vertelt dat ze vaak met haar studenten in Museum Catharijneconvent komt. ‘Voor de middeleeuwse kunst moet je hier zijn. En conservator Annabel Dijkma is student bij mij geweest. Ik heb de toenmalige directeur van Museum Catharijneconvent eens voorgesteld om een tentoonstelling te organiseren over het lichaam in de middeleeuwse kunst. Normaal gaat een tentoonstelling over Maria of over een bepaalde meester. Ik had zin in iets anders door beelden bij elkaar te brengen die je anders nooit bij elkaar ziet. En ik ben er trots op dat Marieke van Schijndel, de huidige directeur van Museum Catharijneconvent, dit heeft aangedurfd.’
Naar aanleiding van de tentoonstelling heeft Welie-Vink een boek over het lichaam in de middeleeuwse kunst geschreven. Daarin worden dezelfde thema’s behandeld als in de tentoonstelling: hoofd, haren, de borst, genitaliën en wonden en bloed. ‘En elke zaal heeft een daarbij behorende inrichting. Zo hangen in de zaal over haren allemaal stroken en de zaal over wonden en bloed is helemaal rood.’
Het boek is geen catalogus benadrukt Welie-Vink. ‘Maar alle kunstvoorwerpen van de tentoonstelling zijn in kleur afgedrukt in het boek. Het boek is een weerslag van de studie die ik al die jaren samen met mijn studenten heb verricht naar het lichaam in de middeleeuwse kunst.’
Natuurlijk vormt het lichaam onderdeel van een veel bredere afbeeldingspraktijk in de Middeleeuwen, aldus Welie-Vink. ‘De afbeeldingen zijn niet altijd zo extreem. Vaak wordt het attribuut afgebeeld waaraan een heilige is overleden. En als Maria Christus de borst geeft dan wordt die borst vaak ergens op de kleding afgebeeld, om de borst de deseksualiseren. De monnik Bernardus van Claivaux (1090-1153) vroeg zich bijvoorbeeld af of Maria daadwerkelijk de moeder was van Christus was. Het beeld van Maria waarvoor hij aan bidden was, kwam vervolgens tot leven en spoot een straal moedermelk in zijn gezicht. Daar werd vervolgens nog het wonder aan toegevoegd dat de melk de kloven in zijn lippen genas.’
Welie-Vink hoopt dat mensen door de tentoonstelling anders naar de middeleeuwse kunst gaan kijken. ‘Maria Magdalena, helemaal bedekt met haren met alleen haar borstjes en knieën uitgespaard, daar gaat een hele wereld achter schuil. In de Middeleeuwen begrepen ze wat er aan de hand was. Men kende de verhalen over behaarde wildemannen die vrouwen roofden en dorpen plat brandden. Dat werd vermengd met het verhaal van Maria Magdalena die met haar lang, los haar, wat als zondig werd gezien, de voeten van Jezus afdroogde. In de Middeleeuwen werd dat verbonden met een andere legenda van Maria Egyptiaca die zich om te boeten voor haar zonden had terug getrokken met drie broden in de woestijn. Haar kleren waren vergaan en haar lichaam werd omhuld door haar witte hoofdhaar. Dan was het slechts een kleine stap naar Maria Magdalena met haar lange haar.’
Er is volgens Van Welie-Vink geen documentatie te vinden over weerstand tegen al deze in onze ogen vreemde afbeeldingen. ‘Echter na het Concilie van Trente (1545-1563), wanneer de kerk zich moet verdedigen tegen het protestantisme, verdwijnen dit soort afbeeldingen naar de achtergrond.’

Reacties