Uit de psychiatrische observatiekliniek van het gevangeniswezen aan de Gansstraat 164 is maandagavond om 20.40 uur de 22-jarige zeeman W.A.V. uit Rotterdam ontsnapt. De man die wegens diefstal was veroordeeld en ter beschikking gesteld forceerde een raam aan de achterkant van het gebouw. Vervolgens heeft hij zich aan aan elkaar geknoopte lakens laten zakken en is over een metershoge muur geklommen aan de kant van de Kromme Rijn. Tot vanmorgen was de man nog niet opgespoord. Dat meldt het
Utrechtsch Nieuwsblad op dinsdag 10 mei 1966.
Twee jeugdige Utrechters, Pieter v.d. Boer en Henk Brouwer, waren ooggetuigen van de spectaculaire ontsnapping. Zij bemerkten de zeeman toen hij over de muur klom en via het paadje langs de Krommerijn door het tuintje van perceel Eendstraat 66 in de richting van de Eendstraat rende. De jongens zetten dadelijk de achtervolging in. Onder de kreet: ‘Houd de dief’, trachtte zij de aandacht van wandelaarster trekken, maar dit had aanvankelijk weinig succes.
De inmiddels gealarmeerde gemeentepolitie rukte met enkele surveillancewagens en drie politiehonden uit naar de Gansstraat en begon daar en in de omgeving aan een uitgebreid onderzoek. Een der politiehonden had al vrij snel een spoor te pakken dat over de begraafplaats leidde naar den gat in de omheining aan de zijde van de Van Soestbergenlaan. Hierdoor moet de man de straat zijn opgerend. De politiehond raakte op deze plaats het spoor bijster.
Het signalement van de ontsnapte gevangene luidt: Fors postuur, hoog voorhoofd, blauwe ogen en blond haar. De man is op beide armen getatoeëerd. Hij is gekleed in een bruine manchester broek, dito jas, bruin kaki hemd en bruine stropdas.