Utrecht 60 jaar terug: volkstuinen voor de flatbewoners

06 nov 2025, 12:20 Geschiedenis
volkstuin Tuindorp-oost
UN 6-11-1965

Een eigen tuin. Hoeveel flatbewoners koesteren die hartenwens niet? Geen wonder dat de volkstuinen daarom de laatste jaren bijzonder in trek zijn bij flatbewoners. 'Ik heb ellenlange wachtlijsten', zegt voorzitter J.P. Hellevoort (69) van Utrechts oudst georganiseerde volkstuindersvereniging 'De Pioniers', die vandaag haar 30-jarig jubileum viert. Dat meldt het Utrechtsch Nieuwsblad op zaterdagn 6 november 1965.

'Hoe graag ik die mensen ook zou willen helpen, 't lukt me niet. Er is zo weinig verloop. Dit jaar komen er acht tuinen vrij, maar dat is een uitzondering. We zouden best willen uitbreiden, maar de gemeente heeft haar grond veel te hard nodig. Vorig jaar hebben nog zeventig tuinders hierachter, die grond gehuurd hadden van een boer, het veld moeten ruimten omdat er een singelgracht moest worden gegraven.'

Het volkstuinencomplex van de Pioniers ligt vlak langs de Oosterspoorbaan in Tuindorp-Oost. Aan de andere kant van de rails staat een zes verdiepingen hoog flatgebouw. De huisjes op het complex zinken erbij in het niet. In afmetingen althans. De prijzen mogen er anders wèl zijn. Er zijn vijf modellen. Ze moeten worden gebouwd volgens gemeentelijke voorschriften. Voor het kleinste formaat - 2.40 x 2.40 m. - betaalt de volkstuinder f 800 (zonder inrichting en zelf gebouwd), voor het grootste formaat ruim drie keer zo veel: f 2.600. 'Duur?' De heer Hellevoort weet wel beter. 'Wij krijgen hier mensen die fabelachtige bedragen bieden voor zo'n huisje met tuin. Aan speculatie doen wij niet. De bouwcommissie hier taxeert de huisjes altijd goedkoper.'

Van de 132 volkstuinders hebben er 120 een eigen huisje. De inrichting valt of staat met de portemonnee. Sommige zijn uitgerust met koelkast, radio, butagas en gezellige rotanmeubelen. Anderen doen het eenvoudiger. Maar zonder uitzondering ontbreken licht, water een sanitair. Wie daar behoefte aan heeft kan terecht in het ontspanningslokaal bij de ingang.

In de meeste tuinen worden bloemen en vruchtbomen gekweekt. Een enkeling teelt er aardappelen of groente. 'Kijk, dat is het verschil met vroeger,' vertelt de heer Hellevoort. 'De volkstuin van nu is een stuk waardevolle recreatie. In de zomer zitten hier hele gezinnen in het weekeinde. Dan is 't net een dorp. De melkboer en bakker komen aan de deur. Sommige mensen brengen hier zelfs hun hele vakantie door. Vroeger - dan spreek ik over de dertiger jaren - lag het accent van de volkstuin op de economische behoefte. In de crisisjaren toen je elke cent om moest keren, betekenden groenten en aardappelen uit eigen tuin een besparing op het huishoudgeld. We hebben nog veel mensen, die dat doen, die alleen van hun A.O.W. moeten zien rond te komen. Zolang die producten voor eigen gebruik worden bestemd, is dat best, maar verkopen mag niet. Daar staat royement op.'

Als de Pioniers zichzelf vanavond in de bloemetjes zetten, wordt de heer Hellevoort op de eerste plaats in die hulde betrokken. Hij is niet alleen de voorzitter en de 'ziel' van de Pioniers, maar ook de oprichter. Als de 34-jarige metselaar Hellevoort in 1935 zijn Pioniers opricht, heeft hij al zo'n vijftien jaar als actieve volkstuinder achter de rug. Hij komt uit een S.D.A.P.-mileu en is lid van de Volksbond tegen Drankmisbruik.  'Die bond verhuurde tuintjes om de mensen uit de kroeg te houden. Wat die drank betreft , vergeet 't maar. Er waren volkstuinders die de jenever op zak hadden. Dat was voor mij overigens geen reden om me terug te trekken, maar de organisatie deugde niet. Er zat geen lijn in. Ik heb toen gebroken en eigen vereniging opgericht. Ik had al heel gauw honderd mensen bij elkaar. We sloten ons aan bij de landelijke bond van volkstuinverenigingen. 't Moest geen 'wilde' tuin worden, begrijpt u. Toen huurde ik een stuk land van een boer aan de Ezelsdijk: dat is nu voor een gedeelte bebouwd met flats.

In de bezetting was onze tuin een plaats voor alle mogelijke ondergrondse activiteiten. In die half ondergelopen huisjes zaten onderduikers verstopt. Je moest natuurlijk reuze uitkijken, wat er waren ook N.S.B.-ers op de tuin. In mijn huisje had ik ook een complete stencil-machine, waarop we illegale blaadjes drukten. Op Blauwkapel hebben we ook nog eens 'n mooie stunt uitgehaald. Daar hebben we een hele arsenaal wapens gestolen onder de neus van de Duitsers vandaan. Dat deden we als ze teut waren, want drinken konden ze.'

Overigens zou het tot 1959 duren, voordat de Pioniers hun dierbare domein aan de Ezelsdijk moesten verruilen voor het huidige terrein aan de Kögellaan. Het verschil met 1935 is dat De Pioniers niet meer alleen staan. Utrecht telt nog drie andere volkstuincomplexen, die verenigd zijn in de Utrechtse Bond van Amateurtuinders. Het gezamenlijke aantal leden bedraagt 600. 'Maar', constateert voorzitter Hellevoort, 'wij zijn Utrechts mooiste tuin. Dat heeft een wedstrijd dit jaar uitgewezen.'