Utrecht 60 jaar terug: Utrechtse ziekenhuizen schreeuwen om bloed

24 jan , 12:50 Geschiedenis
bloedtransfusie
UN 24-01-1966

De Utrechtse ziekenhuizen, en wel in het bijzonder het St. Antonius en het Academisch schreeuwen om bloed. De ruim tienduizend liter, die zij in 1965 van de donors hebben gekregen, waren nauwelijks voldoende. In enkele gevallen moesten grote hartoperaties reeds wegens gebrek aan bloed uitgesteld worden. Dat meldt het Utrechts Nieuwsblad op maandag 24 januari 1966.

Het grootste tekort doet zich voor in de vakantiemaanden. Dan namelijk zijn veel donors de stad uit. De grote groep studentendonors is in de zomer vrijwel in zijn geheel afwezig.

Mevrouw F.B. Enthoven moet als administratrice van de Bloedtransdienst voor de bloedbevoorrading van de ziekenhuizen zorgen. Het is een taak die steeds meer van haar eist. Want sinds behalve in het St. Antonius ook in het Academisch grote hartoperaties worden gedaan is aan de vraag naar bloed bijna niet meer te voldoen.

Toch is mevrouw Enthoven niet pessimistisch. In de tweede helft van 1965 zijn er ongeveer 800 nieuwe donors bijgekomen. Op de laatste dag van het jaar stonden er bij de Bloedtransfusiedienst 13.813 mensen ingeschreven. 'Maar we hebben met spoed nog minstens tweeduizend nieuwe donors nodig', zegt de administratrice. 'Anders lopen we onherroepelijk vast.'

'U moet ook niet vergeten dat het hartcentrum van het Academisch in 1965 nog niet op volle toeren heeft gedraaid. Er werd tot nu toe slechts één grote operatie per week gedaan. Wordt dit aantal volgens de bedoelingen dit jaar opgevoerd dan heb ik alleen voor het Academisch al meer dan duizend extra donors nodig.'

Utrecht is tot dusver de enige Nederlandse stad met twee hartcentra. Voor elke grote hartoperatie (St. Antonius doet elke week twee grote en twee à drie kleinere; het Academisch één grote en eveneens twee à drie kleineren) zijn enige tientallen bloedafgifte nodig.'

Hoewel de doneren officieel twee keer per jaar een halve liter bloed mogen geven rekent de Bloedtransfusiedienst op ongeveer drie-kwart liter bloed per donor per jaar. Niet in alle gevallen heeft men na precies een half jaar weer bloed van een bepaalde bloedgroep nodig. Bovendien heeft de de Bloedtransfusiedienst nu eenmaal te maken met mensen. Niet iedereen verschijnt op de afgesproken dag op de keuring. Er gaat daarom nog wel eens wat tijd verloren.

Het grootste gebrek hebben de ziekenhuizen aan bloed van de bloedgroepen AB en B positief en AB e B negatief. Per jaar kan hoogstens één grote hartoperatie bij een patiënt met AB negatief bloed worden gedaan en kunnen er hooguit drie patiënten met B negatief bloed aan bod komen.

'Laten die mensen met die vrij zeldzame bloedgroepen, die na zes, zeven of acht maanden nog niet opgeroepen worden vooral niet denken dat wij hun bloed niet nodig hebben', zegt mevrouw Enthoven. 'Wij hebben er integendeel enorme behoefte aan. Maar we moeten nu eenmaal wachten tot er weer voldoende donors beschikbaar zijn voor een operatie kan worden gedaan.'