De platinablonde Toos Kugel (18) uit de Jacob Cabeliausstraat 26 in Utrecht, reist nu al twee jaar dagelijks heen een weer tussen Utrecht en het dierenpark op de Grebbeberg. Zomer én winter betekent dat voor haar meer dan een klokje rond van huis, van ’s ochtends 7 tot ’s avonds 8 uur. Haar beroep: dierenverzorgster. Dat meldt het
Utrechtsch Nieuwsblad op woensdag 2 maart 1966.
‘Het was eigenlijk de bedoeling dat ik kinder- of kraamverzorgster zou worden,’ vertelt Toos, maar het veil een beetje anders uit. Ik werd het weliswaar niet voor mensen-, maar voor dierenkindertjes.’ en daarmee bedoelt ze dan hoofdzakelijk de beide jonge wrangs in dit dierenpark, waarmee ze nu al twee jaar, dag in dag uit, optrekt. Na de lagere school ‘deed’ ze de huishoudschool, zat negen weken op een vormingscentrum omdat ze niet wist wat ze wilde worden en zou toen óf de kinderverzorging ingaan óf in de kraamverpleging. Het resultaat was dat ze een baan kreeg in de winkel van een importeur van vissen en vogels, alsmede allerlei andere dieren. De importeur kwam tot de conclusie dat Toos minder geschikt was voor dit beroep, maar véél en véél meer voor verzorging van dieren. hij ging eens praten in Rhenen en daar werd Toos aangenomen. Ze was toen pas 16 jaar.
Op die jeugdige leeftijd kreeg ze de zorg over het in die dagen juist aangekomen baby-olifantje, dat later - na het breken van een poot -stierf. ‘Dat heeft me wel wat gedaan’, zegt Toos, voor zich uit starend. ‘Ik ben er dagen van overstuur geweest.’
Na de dood van het dikhuidje deed Toos van alles, waarop ze al spoedig als vaste afdeling kreeg het kleine apenhuis, die spinapen en allerlei vogels. Kort daarna arriveerden de twee piepjonge orang oetans, die veel zorg nodig hadden Ze werden toevertrouwd aan Toos, samen met de gibbons, de kangoeroes en de emoes.
Vooral bij de orangs is Toos niet weg te slaan. Iedere ochtend staat ze tegen half zeven in Utrecht-Noord met haar fiets klaar om in twintig minuten naar de bus te rijden. ’s Avonds om 8 uur is ze weer thuis. Ze maakt enorme dagen, maar ze heeft dan ook buitengewoon veel plezier in haar vak. ‘De orangs kennen me zó goed, dat ze alleen maar met mij te maken willen hebben. De verzorging van deze beide orangs lijkt wel op kinderverzorging,’ zegt Toos. Dan denkt ze teug aan de tijd dat ze nog kinderverzorgster had willen worden.
Wie denkt dat Toos alleen maar voor de beesten werkt, heeft het mis. Ze heeft daarnaast nog talrijke hobby’s. Ze was jaren lid van ‘Sport Vereent’ in Utrecht, doet aan zwemmen, aan turnen, heeft een eigen boot en was ook bij de waterpadvinderij. ‘Ze noemden ons de waterkippen,’ zegt ze lachend.
Wanneer we vragen of ze misschien trouwplannen heeft, wuift ze dat vrolijk weg. Voorlopig is het nog niet zover. Toos Kugel blijft nog bij de orangs, die er fantastisch uitzien, het best naar hun zin hebben dat dat allemaal te danken hebben aan dit jonge meisje, dat elke dag weer van Utrecht naar Rhenen reist om met enthousiasme voor haar dierenkindertjes te zorgen.