Utrecht 60 jaar terug: kunstschilder Bunk Bessels vurigste wens is een atelier hebben

23 jul , 12:42Geschiedenis
Bunk Bessels
UN 23-07-1966
‘Mijn huis is één groot schilderij’, zegt kunstschilder Bunk Bessels, Oudegracht 239. ‘Eigenlijk zou ik moeten zeggen mijn atelier is één groot schilderij, dat klinkt logischer. Maar het is hier zo vochtig, dat ik een doek hier hoogstens een maand kan hebben staan.’ Dat meldt het Utrechtsch Nieuwsblad op zaterdag 23 juli 1966.
‘De uitwerking van het vocht op het linnen is iets vreselijks. Op de achterkant verschijnen donkere vlekjes en van de olieverf gaat de glans af, zodat het lijkt of of ik met stopverf heb staan kliederen.’ Bessels, 22 jaar en autodidact: ‘Op een kunstnijverheidsschool of academie leer je schildertechnieken, ik heb ze zelf ontdekt, dat is een groot avontuur,’ illustreert zijn klachten over vochtigheid met ’t verhaal over een onweersbui, die met enorme stortregens enkele weken geleden boven Utrecht los barstte. Door het lekwater dat op de tubes verf neer kwam zijn deze geknapt. ‘Alle olie is uit de tubes gelopen’, zegt hij ‘alleen het bindmiddel is er ingebleven. Mensen ontvangen kan ik hier niet. ‘Komt u maar naar mijn huis moet ik zeggen’ Dat doen ze meestal niet. Ze denken dan als de kunstenaar zijn werk niet in zijn atelier heeft, dan heeft hij het thuis ook niet.’
Bessels over zijn vrouw: ‘Ze is geweldig. Ik ben vreselijk trots op haar. Ze heeft belangstelling voor kunst, is intelligent, kritisch, leuk om te zien en vindt veel waardering bij mijn collega’s. Ik kan met haar over mijn werk praten. Zij accepteert de omstandigheden die een dergelijk beroep met zich meebrengt. Vanaf het moment dat wij trouwden zijn wij niet uit de zorgen geweest. Twee dagen hebben wij met een bakfiets, beladen met wat huisraad door Utrecht gezworven om een geschikte woonruimte te vinden. Toen we die hadden gevonden gingen de financiën meespreken. Ik nam een baantje van Van Gend en Loos. Van vijf uur ’s middags tot negen uur ’s avonds sjouw ik daar pakjes. Mijn vrouw krijgt vijftig gulden per week en daar doet zij het hele huishouden van. Ik weet dat het allemaal erg onwaarschijnlijk en romantisch klinkt maar het is de waarheid.’
‘Onze vurigste wens is een atelier te hebben. Al zou het maar een onbewoonbaar verklaarde woning zijn, die over drie jaar tegen de vlakte gaat. Dan zijn we tenminste even uit de ‘vochtige’ zorgen.’
Bessels, die zijn artistieke aanleg verklaart door het feit dat zijn vader grimeur is, zegt: ‘Mijn ouders hadden liever gezien dat ik na het behalen van het MULO-diploma een keurige kantoorklerk geworden was. Maar dat wilde ik niet. En nu ze zien dat ik hard werk, mijn best doe om contacten te leggen en vreselijk gelukkig ben met mijn gezin, hebben ze zich er bij neergelegd. Af en toe stopt mijn vader me wel eens wat geld toe. Dat vind ik leuk, hij hoeft het tenslotte niet te doen.’
‘De mensen kijken mij en andere collega’s na. Je bent hier net iemand, die debiel is, daar kijken ze ook altijd naar. Het zal wel komen omdat ik een spijkerpak en lang haar heb. We worden tegenwoordig allemaal geïdentificeerd met een bepaalde categorie langharige tieners. Die omwille van ’t extremisme lang haar dragen. Maar dat zijn meestal de jongens die de rotzooi trappen. Ze verpesten het voor ons. In bepaalde cafés mag ik niet komen. ‘Uw uiterlijk staat me niet aan’, zegt de man bij de ingang. Nou en dan ga je maar. Ik ben niet het type om daar ruzie over te maken. Alleen in café de ‘Vriendschap’ ben ik een welkome gast. Ons werk heeft nu eenmaal individuele tendenzen, daarom zullen we in de eerste plaats zelf individualist moeten zijn.’
loading

Loading articles...

Loading