
Wekenlang hebben ze de trots gevormd van de huisgezinnen, rijkelijk versierd met gekleurde, zilveren of gouden ballen en slingers, schitterend in het zachtgele kaarslicht. Liefdevol zijn ze vertroeteld, de kerstbomen, maar na nieuwjaarsdag zijn de meeste - totaal ontluisterd de straat opgemeten, waar ze ten prooi vielen aan de schuimende jeugd, die de bomen in triomf naar een der verzamelplaatsen voerden en ze daar op een hoop smeten, waar ze een prooi zouden worden het allesvernielende vuur. Dat meldt het Utrechtsch Nieuwsblad op woensdag 5 januari 1966.
Een der grootste kerstboombranden werd dinsdagavond - onder toezicht van brandweer en politie - op het Paardenveld te Utrecht gehouden. Honderden sloegen daar het grillige spel van lekkende vlammen en bolderende rookwolken gade.