Over
een paar jaar ga ik van Utrecht terug naar huis, naar mijn dorp. Ik
rijd dan in een slee van een wagen, met een goed gevulde portemonnee.
Dat is de wens van veel Turken, die in Nederland of elders in Europa
werken. Dat meldt het
Utrechtsch Nieuwsblad op dinsdag 8 december
1964.
Zij
willen in zo kort mogelijke tijd rijk worden om zo snel als het kan
naar hun land terug te keren. Om dat vele geld te verdienen willen ze
echt hard werken. Daarom begrijpen ze ook niets van de vijfdaagse
werkweek: ze halen ons helemaal uit Turkije hierheen en dan mogen we
nog maar vijf dagen per week werken. De Turken werken graag met de
andere buitenlanders graag in ploegendienst.
Fenerbahce
In
Utrecht werken nu al ruim 350 mensen uit het land van Fenerbahce, de
voetbalclub die eervol tegen DWS ten onderging en sindsie tijd de
eerste en enige herkenning met dit land vormt. In de omgang zijn de
Turken stuurs en nors. Zij bemoeien zich met niemand, lossen hun
moeilijkheden en problemen het liefst zelf op en hebben kennelijk
geen behoefte aan ontspanning. 's Avonds en tijdens het weekend
hangen zij wat rond op het Stationsplein in Utrecht.
De
heer B. Temel (29) - geboren in Izmir, studeerde na het lyceum
economie in Istanbul, spreekt Frans, Engels en Nederlands door elkaar
- heeft tot taak wat meer vertrouwen bij zijn mensen te kweken. Hij
is tolk bij de Hollandse Beton Maatschappij en als part-time
medewerker verbonden aan de stichting bijstand buitenlandse
werknemers. In de iver maanden dat hij nu in Nederland is, heeft de
heer Temel in Utrecht al bereikt dat zeven landgenoten een
commissie hebben gevormd. uit deze commissie moet dan een werkgroep
groeien, die zal zorgen voor de nodige ontspanning van de mensen in
Utrecht.
Karaktertrek
De
geslotenheid van landgenoten noemt de praatgrage heer Temel 'n
nationale karaktertrek. De Turken lopen niet graag met hun problemen
te koop. Wij zijn allemaal nog arme mensen en we proberen ons nu op
eigen kracht te ontwortelen aan die eenvoud.
De
directeur van de stichting bijstand buitenlandse werknemers, mr.
L.S.J. Buis, beschouwt de Turken als de rustigste groep onder de
buitenlandse werkers in Utrrecht en omgeving. De Turken zijn geweldig
spaarzaam, op 't krentierge af, volgens de heer Buis, die de
intelligentie van deze mensen vrij hoog aanslaat, ondanks het feit
dat velen kunnen lezen noch schrijven.
Behalve
het doelloos door de stad zwerven, proberen de Turken op hun
overvolle pensionkamers - in een 4-kamerflat in een Utrechtse wijk
wonen naast de heer en vrouw des huizes nog tien Turken - Turkse
zendertjes op de radio op te sporen.
Voor
de rest willen ze eigenlijk niet veel. Voetballen kunnen ze niet en
in kaarten of biljarten hebben ze geen zin. O ja, ze sleutelen wel
graag aan oude auto's, waarmee ze dan als Oosterse koningen
rondrijden, zegt de heer Buis ten slotte.
De
heer Temel weet een goed antwoord op de vraag hoe hij over de
Nederlandse meisjes denkt: wat is het verschrikkelijk jammer dat de
meisjes bij ons in Turkije nog niet geëmancipeerd zijn. Van Utrecht
vindt hij dat het heel veel overeenkomsten heeft met Venetië. Alleen
weet de heer Temel nog niet dat in de oude pakhuizen langs de
grachten nauwelijks meer handel wordt gedreven.
Geen
vijanden
Over
de verhouding Turken-Grieken raakt hij niet uitgepraat. De geschillen
zijn historisch te achterhalen. Beide volken doen overigens niet aan
de vijandelijkheden mee.
Tolk
Temel wil toch nog wel als oud-kok zijn hart luchten over het
Nederlandse eten. Voor ons Turken valt het Hollandse eten echt niet
mee. Wij zijn gewend veel vis te eten. Ik kan zo al honderd gerechten
met vis opnoemen. U moet rekenen dat wij in Turkije twee tot drie
keer per dag warm eten. Bij dat eten drinken we dan dikwijls rake.
Daar word je niet echt dronken van, alleen maar heerlijk warm van
binnen.