
Een kluis ter grootte van een flinke woonkamer, afgesloten door een dikke stalen deur, biedt onderdak aan een geluidsarchief dat in Nederland en ver daarbuiten enig in zijn soort is. De afdeling documentatie van het instituut voor geschiedenis van de Rijksuniversiteit bezit hiermee een van de weinige archieven ter wereld die in de vorm van het gesproken woord zoveel informatie herbergen over de politieke, sociale en economische geschiedenis van de 20ste eeuw. Dat meldt het Utrechtsch Nieuwsblad op vrijdag 18 februari 1966.
‘We hebben nu ongeveer twintigduizend 78-toerenplaten en naar schatting ruim 1500 bandopnamen’, vertelt drs. R.L. Schuursma, die het archief heeft opgebouwd. Een muur wordt volledig in beslag genomen door de platen, verpakt in kartonnen hoezen. De bandjes staan netjes naast elkaar op planken tegen de korte wand. In het midden platenspelers, versterkers en bandrecorders. Verder een paar tafels en stoelen.
In beginsel is de hele verzameling in het instituut voor geschiedenis afkomstig van de Nederlandse Radio Unie, die pas in de jaren dertig begonnen is uitzendingen op platen op te nemen en die te bewaren. De vroegste opnamen dateren dan ook uit die tijd. Van voor 1930 zijn er alleen enkele kopieën van buitenlandse opnamen, zoals de stem van de Engelse koning George V. De vroegste Nederlandse platen, bevatten verkiezingsredevoeringen voor de SDAP van partijvoorzitter Koos Vorrink en Johan Willem Albarda, fractieleider vind de Tweede Kamer, die jammer genoeg in de studio, dus zonder publiek zijn opgenomen.
‘Waarmee we begonnen zijn? Eigenlijk met niets,’ zegt drs. Schuursma. ‘Of liever gezegd met de opdracht om na te gaan wat er op dit gebied te koop was. Het initiatief ontstond in 1961 bij het college van curatoren van de universiteit. Vooral mr. J.H. des Tombes, destijds secretaris van dit college en dr. C.D.J. Brand, hoogleraar in de geschiedenis van de twintigste eeuw, hebben hier een groot aandeel in gehad.
Tenslotte ben ik terecht gekomen bij de Nederlandse Radio Unie en heb ik na eindeloze onderhandelingen gedaan gekregen dat opnamen voor dit doel werden afgestaan. In het voorjaar van 1962 kreeg ik een grote lading tegelijk. Van wat de Radio Unie wilde behouden had ze zelf kopieën gemaakt.
De platen van voor de oorlog zijn door de primitieve techniek van die tijd minder lang houdbaar, daarom neem ik belangrijkste zoveel mogelijk over. Van de platen die de Radio Unie terug wilde hebben heb ik de bruikbare passages eveneens gekopieerd. Alles wat van belang is voor het wetenschappelijk onderzoek kopieer ik met de bandrecorder.