De Rusluie, het groepje van vijf Unitas-studenten, dat de huifkartocht naar Rusland maakte en vorige week donderdag in Utrecht terugkeerde, is vanmorgen door burgemeester De Ranitz in het stadhuis ontvangen om verslag uit te brengen over hun belevenissen van deze monstertocht. Dat meldt het
Utrechtsch Nieuwsblad op donderdag 8 september 1966.
De studenten werden in de antichambre van de raadszaal begroet door de burgemeester, die verheugd zei te zijn het gezelschap, na alle verhalen die hij in de kranten had gelezen gezond - hoewel enigszins verfomfaaid -terug te zin. De leider van de tocht, Tony Ladan bood de burgemeester een geschenk aan, een fles 40 % originele Russische wodka, en een doos wodkaglaasjes.
Namens de lustrumcommissie van Unitas overhandigde Theo Kersten de burgemeester de juist verschenen lustrum-affiche. Daarna vertelden de Rusluie -onder het genot van een kopje koffie - iets van hun wederwaardigheden die zij gedurende hun tocht hebben beleefd, waarvoor de burgemeester grote belangstelling toonde. De taalmoeilijkheden waren nogal meegevallen, er werd ruimschoots gebruik gemaakt van de tolk, maar ook van vele Russen, die tijdens de oorlog als dwangarbeider in Duitsland hadden gewerkt en nog enkele woorden Duits spraken. De tocht was duurder uitgevallen dan oorspronkelijk was begroot.
Eenmaal was de huifkar van de grote weg afgeweken, tot grote schrik van de Russische ‘bewakers’, die de Rusluie plotseling kwijt waren geraakt. Deze zijsprong werd gemaakt , omdat men zo graag het slagveld bij Borodino wilde zien met het bijbehorende museum. Bij Borodino was Napoleon in 1812 tijdens zijn veldtocht vastgelopen, welk voorbeeld in 1941 door de legers van Hitler was gevolgd.
De burgemeester stelde belangstellend vragen over de Russische bevolking en de economische toestand van het land, waarbij de Rusluie zeer geestdriftig waren over de ongelooflijk grote gastvrijheid die hen door de bevolking werd bereid.
Op de vraag van de burgemeester wat de studenten gingen doen, antwoordde leider Tony Ladan, dat zij voorlopig de handen vol hadden aan de voorbereidingen voor het komende lustrum. Daarna zullen de Rusluie een boek schrijven waarin zij hun belevenissen zullen vertellen.