
In mei 1967 wordt in Utrecht de vijfenzeventigduizendste woning betrokken. Woensdag 10 mei heeft wethouder Theo Harteveld de woning aan de bewoners overgedragen, zo meldt het Utrechts Nieuwsblad de dag erna. Na 1945 zijn er in Utrecht zo'n 27.000 nieuwe huizen gebouwd.
De wethouder heeft de 75.000ste woning, die ligt in het noorden van de toen nog nieuwe wijk Overvecht, overgedragen aan de heer en mevrouw Gentenaar. Zij hebben twee kinderen van 6 jaar en 5 maanden en bewoonden eerst een huis aan de Zilvergeldstraat in Pijlsweerd. Ze moeten nu het dubbele aan huur betalen, 152,70 gulden inclusief c.v. en service-kosten, maar dat hebben ze voor deze vier-kamerflat wel over.
Van deze woningen zijn er enkele duizenden gebouwd en nog in aanbouw. En noordwaarts gaat de woningbouw in hoog tempo verder: de 79.000ste woning wordt eind 1968 opgeleverd.
Met de oude woningvoorraad gaat het op dat moment nog wel. Al zijn er 6000 slechte woningen waarvan verbetering eigenlijk economisch niet meer verantwoord is. Daarnaast zijn er 10.150 onvoldoende woningen en 2650 matige woningen.
In 39.000 woningen is in 1967 geen badgelegenheid. Er zijn nog 1000 woningen met een 'buitenprivaat' en 5100 woningen hebben geen mechanische spoeling.
Utrecht zou al wel meer woningen onbewoonbaar willen verklaren maar de normen die de gemeente hier hanteert gaan het rijk wat te ver. Daarom komt de gemeente nog niet verder dan onbewoonbaarverklaring van gemiddeld 100 woningen per jaar. Wanneer echter in 1972 het 'statistisch' woningtekort is opgheven zal harder aan krotopruiming kunnen worden gewerkt.