Een biografie over een solitair theoloog

21 apr , 15:31Geschiedenis
biografie Rein de Geer
uitgeverij Verloren
Barthold Reinier de Geer van Jutphaas (1791-1840) was jonkheer en theoloog, laatbloeier en excentriekeling, charmeur en pechvogel in de liefde en natuur- en cultuurliefhebber. Historicus en theoloog Cees Huisman schreef een biografie over hem. Rein de Geer was volgens Huisman slechts een ‘kleine ster’ in de Nederlandse geschiedenis. Toch vond hij het een aantrekkelijke gedachte om ook zijn levensverhaal aan een breder publiek voor te leggen. ‘Niet omdat hij zoveel invloed gehad heeft of een grote nalatenschap achterliet, maar omdat het zo’n door en door menselijk verhaal is, dat iedereen herkent.’
Wat heeft u doen besluiten om een boek te schrijven over Bathold Reinier de Geer?
‘Mijn vorige boek over Pierre Chevallier (1760-1825), dat voor een groot deel gebaseerd is op een uitvoerige briefwisseling tussen vader (prof. Paul) en zoon (ds. Pierre) Chevallier wakkerde mijn belangstelling voor ego-documenten aan. Onder ego-documenten vallen brieven, dagboeken, reisverslagen, autobiografieën. Op mijn zoektocht naar een interessant ego-document vond ik de autobiografie van Barthold Reinier de Geer van Jutphaas. En toen ik die gelezen had dacht ik: daar zit wel een boek in.’
Hoe bent u op het spoor gekomen van de autobiografie Mijn levensverhaal van Reinier de Geer?
‘Er bestaat in boekvorm, maar ook online, een tamelijk compleet overzicht van alle ego-documenten, die zich in de Nederlandse archieven bevinden. Deze heb ik nauwkeurig doorgespit en toen viel mijn oog op zijn autobiografie, die in het Utrechts Archief ligt, maar ook gedigitaliseerd is en online in te zien is.’
Was het een interessante bron, de autobiografie?
‘Ja, het is zeker een interessante bron, omdat het eigenlijk het enig beschikbare document is, waarin zijn leven als doorlopend verhaal wordt beschreven. Omdat het natuurlijk een subjectieve bron is heb ik mijn boek over hem de ondertitel meegegeven: Zelfportret van een solitair theoloog.’
Wat voor een persoon komt naar voren in deze autobiografie?
‘Hij komt naar voren als een openhartig, ambitieus en op den duur wat gefrustreerd persoon. Hij komt qua intellectuele vorming een beetje laat op gang, omdat hij liever speelde dan leerde, maar daar had hij later spijt van. Hij dacht dat hij beter eerder met studeren had moeten beginnen om een glansrijker carrière te kunnen ontwikkelen. Hij is openhartig over zijn eigen tekortkomingen, maar ook die van anderen. Daar is hij soms ook heel kritisch op. Uiteindelijk is hij wat teleurgesteld, dat hij niet bereikt heeft wat hij gehoopt had, een hoogleraarspost aan een grote(re) universiteit dan Franeker.’
U noemt hem in uw boek 'de ridder van de droevige figuur', waarom?
‘Omdat hij steeds een blauwtje liep bij het zoeken naar een geschikte huwelijkskandidaat. Omdat hij ook van adel was heb ik een beetje gespeeld met die ‘ridder’-figuur.’
U noemt hem ook in de inleiding een 'kleinere ster'. Was hij toch interessant genoeg om er een biografie aan te wijden? En waarom?
‘In vergelijking met andere figuren over wie biografieën zijn is hij natuurlijk een grote onbekende voor veel mensen. Wie een biografie schrijft over Willem van Oranje, Thorbecke of Vincent van Gogh mag op meer aandacht rekenen, omdat deze personen een belangrijke rol speelden in het politieke en culturele leven van Nederland. Bij Rein de Geer ligt dat anders. Toch vond ik het een aantrekkelijke gedachte om ook zijn levensverhaal aan een breder publiek voor te leggen. Niet omdat hij zoveel invloed gehad heeft of een grote nalatenschap achterliet, maar omdat het zo’n door en door menselijk verhaal is, dat iedereen herkent. Bovendien geeft zijn levensverhaal een mooi doorkijkje naar de wereld van de vroege 19e eeuw.’
Al schrijft u ook in de inleiding dat De Geer in zijn tijd geen onbekende persoonlijkheid was. In de kerk en de wetenschap werd hij gezien en gewaardeerd. Waarom werd hij gewaardeerd?
‘Hij is predikant geweest in twee hervormde gemeenten, Lienden en Vreeland. Ook was hij een aantal jaren hoogleraar theologie aan het Rijksathenaeum in Franeker, dus dat zijn wel invloedrijke posities. Hij heeft meerdere publicaties op zijn naam staan, die hij schreef als inzendingen voor een prijsvraag en hij won daarbij twee keer goud en één keer zilver. Dat zegt ook wel iets. Bovendien heeft hij een dissertatie geschreven over de oudtestamentische figuur Bileam, waarin hij een wat behoudende positie inneemt in de discussie over de historisch-kritische Schriftbeschouwing. Uit recensies over zijn boeken blijkt dat men die in die tijd wel waarderen kon.’
Echter tijdgenoten noemden hem zonderling en excentriek.
‘Hij kon soms wat impulsief en eigenzinnig uit de hoek komen. Ook kon hij onverwacht omslaan als een blad aan een boom, eerst heel uitgelaten en komisch en dan ineens doodernstig. Er gingen verhalen over hem rond, dat hij wat vrijpostig met meisjes en vrouwen omging, maar dat heeft hij zelf altijd als laster beschouwd. Zijn mislukte avances zullen hem daarbij parten gespeeld hebben.’
In de liefde had hij geen geluk. Hij is nooit getrouwd al wilde hij dat graag. Hoe kwam dat?
‘Dat is moeilijk vast te stellen. We kennen alleen zijn kant van het verhaal. Ontmoetingen liepen steeds op een teleurstelling uit, omdat hij het meisje toch niet aardig vond of te weinig gelovig of het meisje haakte af, soms heel onverwacht en dan wordt een echte reden niet duidelijk. Soms komt het door het advies van de moeder of omdat er standsverschil in het spel is. Het was heel teleurstellend voor hem om dit telkens te ervaren. Misschien had hij ook niet zo’n knap voorkomen? Hij schrijft ergens over zijn vader, dat dat een knappe verschijning was en dan tekent hij aan ‘iets wat uitzonderlijk is bij de familie De Geer’.
In de subtitel noemt u hem een solitair theoloog. Waarom?
‘Zijn solitaire staat heeft betrekking op zijn ongehuwd zijn, maar ik vind hem ook een beetje een eenzame figuur. Hij voelt zich ook vaak miskend en gepasseerd en daardoor trekt hij zich ook steeds meer terug uit het sociale leven. In Franeker kon hij het op den duur ook niet meer uithouden: hij vond het een kleinburgerlijke gemeenschap, waar veel gekletst werd en waar men hem niet helemaal accepteerde zoals hij was. Bovendien hinderde een oogkwaal hem later om actief aan het sociale leven mee te doen. Hij was ook geen man van verenigingen of bewegingen. Hij ging zijn eigen weg en gang.’
Zijn autobiografie had ook een hoger doel: het was een verhaal met een moraal. Wat was die moraal?
‘In het voorwoord van zijn autobiografie schrijft hij zoiets, dat zijn leven op zichzelf niets buitengewoons voorstelde, maar dat het vorm kreeg door de gewone wendingen, strevingen en lotgevallen, die bij ieder leven horen. Door zijn verhaal te lezen, zo wilde hij daarmee aanduiden, kon je zelf ook iets wijzer worden, want zo geldt dat voor ieder leven. En dat zou je de moraal van dit verhaal kunnen noemen.
loading

Loading articles...

Loading