Utrecht 60 jaar terug: Faillence- en tegelfabriek Westraven

Foto: Utrechts archief

De n.v. Faillence- en tegelfabriek Westraven, voorheen Gebr. Ravesteyn aan de Helling te trecht, blijkt plotseling niet 115 jaar te bestaan maar al 300 jaar geleden te zijn opgericht. Daar kwam directeur C. de Jong achter toen hij in de archieven dook ter voorbereiding van het 115-jarig bestaan, zo meldt het Utrechts Nieuwsblad op vrijdag 4 novemer 1960. Daarmee is het volgens De Jong de tegelfabriek Westraven waarschijnlijk een van Utrechts oudste bedrijven.

De Jong vond namelijk een document uit 1661. Hierin verzocht een zekere Abraham van der Schilden, een ‘pannebacker’, het bestuur van de stad Utrecht hem het burgerschap van de stad te verlenen, omdat hij zich in Utrecht wilde vestigen. Hij wilde samen met Henrick van Pothuysen een pannebackerije oprichten. Abraham van der Schilden betaalde vijfentwintig gulden voor het burgerschap. En hij gaf met zijn verzoek een goede referentie op, want Henrick van Pothuysen maakte deel uit van de vroedschap in Utrecht.
Van der Schilden kreeg toestemming. Pothuysen kocht 15 morgen land in het gerecht van Westraven en deelde het terrein met Van der Schilden. De eerste richtte er een houtzaagmolen op, de laatste een pannenbakkerij.
Voor Van der Schilden brak toen een drukke tijd aan. Er werd land gekocht en verkocht, want er was klei nodig. Een pannenbakkerij in die tijd deed goede zaken. De woningen mochten geen rieten daken meer hebben vanwege het brandgevaar en zo was er steeds vraag naar pannen.
In 1732 ging de kleinzoon van de oprichter van het bedrijf trouwen. Bij notaris Abel de Coole werd een inventaris opgemaakt. Men wilde weten weten waar men aan toe was, om de bruidsschat te kunnen bepalen. Uit de inventarislijst blijkt dat er toen naast pannen ook vloertegels werden gebakken.
Jan en Willem van der Schilden, twee kleinzoons van de oprichter, gaan dan een rol spelen. In 1740 verkoopt Jan alles aan Willem. Dan trouwt een nicht van Willem met een zekere Otto de Haert. De naam Van der Schilden is dan voor het laatst verbonden geweest aan de pannenbakkerij. Otto de Haert krijgt de pannenbakkerij namelijk als bruidsschat. Enkele jaren later, in 1762, verkoopt Otto de Haert alles aan Francois Guillod. De daaropvolgende jaren zal het bedrijf telkens in andere handen overgaan totdat het bedrijf in 1800 naar Hendrik Ravesteyn gaat. Deze naam zal daarna altijd aan het bedrijf verbonden blijven.
In 1904, op zaterdag 18 juni, brak er brand uit die de hele fabriek in de as legde. Tachtig werklieden kwamen zonder werk te zitten. Het bedrijf werd echter weer opgebouwd en tot de eerste wereldoorlog gingen de zaken goed. Toen kreeg men met gebrek aan grondstoffen te kampen en van lieverlee werd het stiller. Het werk werd op het laatst zelfs geheel gestaakt.
Na de oorlog ging het weer beter. Al spoedig had het bedrijf een ruimere behuizing nodig. Uiteindelijk verhuisde het bedrijf in 1920 naar het pand aan de Helling waar het bedrijf in 1960 nog steeds is ondergebracht. Omstreeks augustus 1961 moet het gedenkboek van de heer De Jong, ter ere van het driehonderdjarig bestaan, verschijnen.
In 1963 wordt Westraven overgenomen door de N.V. Koninklijke Delftsch Aardewerkfabriek “De Porceleyne Fles”. In 1987 sloot tegelfabriek Westraven als dochterbedrijf haar deuren, waardoor er een einde kwam aan de grofkeramische bedrijvigheid langs de Vaartsche Rijn. Pas in 1977 zal het boek van De Jong over tegelfabriek Westraven verschijnen.

Reacties