Utrecht in 1960: de bouw van de Neudeflat

Foto: UN

‘Elke dag rekken vele Utrechters zich op de Neude de halzen bij de kantorenflat die maar blijft groeien.’ Aldus meldt het Utrechts Nieuwsblad op dinsdag 1 november 1960. Die ochtend schoof verdieping 15 er al gedeeltelijk bij, aldus de krant.

De flat was een particulier initiatief van bouwbedrijf Wildschut op een locatie die niet door de gemeente was bepaald. Bouwondernemer G.J. Wildschut wilde met de flat ‘meewerken aan de sanering van een onbewoonbaar deel van de stad.’
De Drakenburghflat, zoals de naam oorspronkelijk zou gaan luiden, moest met 60 meter en zestien etages het hoogste kantoorgebouw van Nederland worden. Wildschut schakelde de Rotterdamse architect Huig Maaskant in, bekend van het Groothandelsgebouw, die in dezelfde periode ook aan de Euromast en de Scheveningse pier werkte. In Utrecht zou hij verder winkelcentrum Kanaleneiland met kantoorflat ontwerpen – én het woonhuis van Wildschut.
Tijdens de bouw barstte de discussie over de wenselijkheid van een kantoorflat in het oude centrum pas goed los. Dichter en criticus Jan Engelman schreef onder de titel ‘De grote flat in de kleine stad’ in dagblad De Tijd over ‘een horreur’ en ‘een science-fiction-verhaal van Utrecht als grootstad’.
Volgens het Utrechts Nieuwsblad is men in stedenbouwkundige kringen het erover eens dat ‘een dergelijk naaldvormig gebouw als de torenflat geen nadelige invloed heeft op het stadsbeeld in zijn geheel.’
De Neudeflat was oorspronkelijk een bedrijfsverzamelgebouw. Ook de gemeente Utrecht huurde er twee verdiepingen. Op de negende etage had De Utrechtse Kring een kunstexpositieruimte. Vanaf medio jaren zeventig zou de gemeente Utrecht het hele gebouw huren.
De flat werd, na het vertrek van de gemeenteambtenaren naar het Stadskantoor, door Wildschut verkocht aan Syntrus Achmea Vastgoed. Deze liet de kantoorflat transformeren tot 88 vrijesectorhuurappartementen. Wim van As van A3 Architecten maakte hiervoor een ontwerp met de toevoeging van balkons als meest opvallende onderdeel. De originele gevel bleef verder goeddeels gehandhaafd. De transparante brandtrap sneuvelde wel, net als het oorspronkelijke inwendige trappenhuis.

Arjan den Boer, Bettina van Santen, Ronald Willemsen Utrecht Bouwt 1945-1975. Utrecht, 2019.

Reacties