Tien
jaar geleden besloten drie vrienden - Luc, Wouter en Jasper - om
chocola te gaan maken. 'We speelden samen in een bandje en waren ook
culinaire maten', vertelt Luc Janssens in het bedrijfspand van hun
chocolademerk Mesjokke in Leidsche Rijn. 'We hielden van lekker eten
en goed koken en waren ook geïnteresseerd in de ingrediënten
waarmee we kookten.'
Tien
jaar geleden kwam ook de term foodprint op, waarbij het gaat om de
impact van wat je eet op het milieu. Luc: 'Nou eten wij in Nederland
aardig wat chocola, zo'n vijf à zes kilo chocola per persoon, per
jaar. Daarmee zitten we geloof ik in de top tien van de meest chocola
consumerende landen van de wereld.'
De drie
vrienden hebben toen eerst het idee opgevat om wikkels voor
chocoladerepen te laten drukken waarop zou staan welke weg de cacaoboon
aflegt van boon tot chocoladereep. 'We hebben chocolademakers in heel
Europa aangeschreven en zijn toen in contact gekomen met een 'bean to
bar' chocolademaker in Litouwen. Dat was nieuw voor ons. Hij legde
ons uit dat de meeste chocoladerepen gemaakt worden van
halffabrikaten. Hij werkte daarentegen met wat genoemd wordt
speciality cacao. Daarbij houd je als chocolademaker het hele proces
zelf in de hand, van bean to bar. Daar werden wij als liefhebbers van
koken enthousiast van.'
'We
kwamen erachter dat er wel twaalf genetisch verschillende cacaotypen
zijn. En dan heb je ook nog de verschillende landen waar de cacao
geteeld wordt en hoe de oogst wordt behandeld, zoals bijvoorbeeld het
fermentatieproces.'
De
hoofdproducenten van cacao zijn Ivoorkust en Ghana, vertelt Luc.
'Daar wordt zo'n 75 procent van de totale hoeveelheid cacao verbouwd.
In de loop der tijd is de cacao ook steeds verder doorgekweekt om ze
resistent te maken voor ziektes en de productie te verhogen. Maar
daardoor is de smaak evenredig omlaag gegaan. Je hebt nu zo'n 80
procent bulk cacao en zo'n 20 procent speciality cacao. Bij
speciality cacao ontdek je smaken van zurige bessen tot aan tabak en
gebrande koffie. En dat zonder een enkele toevoeging.'
Speciality
cacao
De drie
chocolademakers besloten toen om heel snel het idee van de wikkels
overboord te gooien en zich te richten op de speciality cacao. 'We
kwamen erachter dat ook andere chocolademakers zich bezig hielden met
de speciality cacao. Maar volgens ons was er zeker nog ruimte voor
een extra chocolademaker.'
In de
zomer van 2014 zijn ze begonnen met het maken van chocola. 'Het
voordeel is dat Amsterdam een doorvoerhaven is van cacao dus daar
konden we verschillende soorten cacao kopen. We hebben apparatuur
gekocht en in de keuken van Wouter zijn we begonnen met chocola
maken. En we hebben toen op oudjaarsdag 2014 de toenmalige
burgemeester van Utrecht, Jan van Zanen, onze eerste reep aangeboden.
Maar het duurde nog tot maart 2015 voordat we op de chocoladebeurs in
Amsterdam onze eerste repen konden presenteren. Die overigens goed
werden ontvangen.'
Eerlijke
prijzen
Bij
speciality cacao hoort ook dat er sprake is van een transparante
handelsketen en dat er eerlijke prijzen worden betaald aan de
cacaoboeren, vertelt Luc. 'Bij de reguliere handel zitten er wel vijf
à zes schakels tussen de cacaoboer en de reep in de winkel. En die
moeten er allemaal aan verdienen. En de marges zijn het kleinst aan
het begin, bij de cacaoboer, en aan het eind. Wij wilden hogere
prijzen betalen voor de cacao en we wilden ook dat er maar één
schakel zit tussen de cacaoboer en ons. Met de cacaoboer wilden we
direct contact hebben. We zijn echter niet bij machte om containers
met cacaobonen naar Nederland te halen, zoveel verwerken we nog niet.
We hebben nu contact met een logistieke partner die begrijpt dat wij
meer willen betalen en direct contact willen hebben met de
producent. We betalen nu zo'n 6 à 7 dollar per kilo, dat is twee à
drie keer zoveel als wat er voor de bulk cacao wordt betaald. We zijn
ook in Nicaragua bij de cacaoboer op bezoek geweest en konden daar
zien dat men met de betaalde prijzen een goed bestaan kan opbouwen.'
'Dat
eerste jaar was echt een ontdekkingstocht. Vandaar onze bedrijfsnaam:
'
The Chocolate Explorers'. Amerika is echt de bakermat van de bean to
barbeweging. Toen wij begonnen in 2014 waren ze in Amerika al twintig
jaar hiermee bezig. Je hebt daar ook veel meer bean to bar
chocolademakers. Wij waren nog groentjes. We hebben toen de eerste
zakken met cacaobonen uit Nicaragua besteld en zijn begonnen. Later
hebben we ook Akesson cacaobonen uit Madagaskar besteld. De cacao
uit Nicaragua gebruiken we voor de puur chocola en de cacaobonen uit
Madagaskar voor de melk chocola. '
'En dan
ga je je kokkerellen. Bij de rauwe cacaobonen uit Madagaskar proef je
citrus en ook een zuurtje. Wij hadden het idee dat er in melkchocola
zo'n 20 tot 30 procent cacaobestanddelen zitten. Maar dan gaat het
ook over cacaoboter terwijl die vaak helemaal geen smaak heeft. En
dat betekent dat in de praktijk melkchocola vaak minder dan 5 procent
cacaobestanddelen bevat. Er zit dan veel suiker en vanille in.
Terwijl melkchocola ook over cacao kan gaan.'
Proeven
In 2014
zaten ze nog in een pand in Nieuwegein vertelt Luc. 'En wat we deden
was proeven, proeven en nog eens proeven. Dat waren we al gewend bij
onze wijn proeverijen. En we wonnen ook informatie in bij andere
chocolademakers'
In de
zomer van 2014 had er al een groot artikel over de chocolademakers in
de Volkskant gestaan. Luc: 'Dat was naar aanleiding van de cacaobeurs
in het Tropenmuseum waar wij stonden. Per was toen net klaar met zijn
antropologie afstudeerproject over een fairtrade coöperatie in
Ghana. Hij las het artikel in de Volkskrant en heeft zich toen bij
ons gemeld. Wouter was inmiddels arts geworden en Jasper had zelf een
eigen bedrijf opgezet. Per is toen in het bedrijf gestapt en Jasper
en Wouter zijn nog steeds aandeelhouder.'
Luc
woonde in Den Haag en Per in Utrecht. Luc: 'Wij zijn toen met onze
repen onder de arm in beide steden alle winkels afgegaan die duurzame
en speciality producten verkochten en hebben gevraagd of ze vijf
minuten de tijd hadden om onze repen te proeven.'
Er van
leven lukte toen nog niet, vertelt Luc. 'Nee, Per heeft in het begin
nog gewerkt in een kaashandel en ik heb nog gewerkt als freelancer in
het kunstsegment. En ik had ook nog wel wat spaarcenten en mijn
vriendin werkt ook. We gingen er vanuit dat de markt voor speciality
chocola zou groeien, zoals de markt voor speciality koffie, thee en
bier ook is gegroeid. Al groeit de markt voor speciality chocola wel
wat langzamer.'
Op de
Amerikaanse markt had je op dat moment enerzijds chocolademakers die
zich richtte op de exclusieve markt en anderzijds de chocolademakers
die zich richtte op de duurzame en bewuste chocolademarkt. Luc: 'Wij
deden het allebei maar wilden daarnaast ook de funfactor benadrukken
en daarom hebben we voor de naam
Mesjokke gekozen, met dubbele k. Het
idee dat een chef, een huisarts, een antropoloog en een
kunsthistoricus besluiten om chocola te gaan maken, dat zou een grap
kunnen zijn.'
Groeien
Mesjokke
ging volgens Luc groeien toen ze repen gingen afzetten bij Bagels en
Beans. 'Bij duurzame winkels konden we zo'n 20 à 40 repen afzetten,
bij Bagels en Beans, die zo'n 80 vestigingen hebben, waren het er
gelijk duizenden. En zo krijgen we ook aanvragen binnen vanuit andere
marktpartijen die ook graag hun eigen repen willen hebben. Daarnaast
maken we tegenwoordig ook horecaproducten zoals couverturekorrels en
cacaoschaafsel voor chocolatiers en restaurants. En dan hebben we ook
nog de Utrechtse Dommetjes, die in een aantal Utrechtse horecazaken
worden verkocht. Dat is op dit moment ons best lopende product.'
Daarnaast
blijven ze experimenteren, vertelt Luc. 'Zo hebben we onlangs nog
drie zakken cacaobonen besteld uit West Papoea en dat levert
fantastische chocola op. Maar we geloven ook heel erg in de
langdurige samenwerking met onze leveranciers in Nicaragua en
Madagaskar.'
Dit jaar willen ze de productie verdubbelen. Luc: 'We hebben veel
geïnvesteerd, we hebben een extra medewerker aangetrokken en dat
betekent veel extra kosten. We willen de productie verdubbelen van
vijf ton naar tien ton.'
Daarom
zijn ze een
crowdfunding gestart, vertelt Luc. 'Nu moeten we nog vaak
nee verkopen aan partijen die bij ons aankloppen voor repen omdat
onze productiecapaciteit nog te klein is. En het ziet ernaar uit dat
we het gewenste bedrag binnen gaan halen. En we hebben ooit berekend
dat we voor een goed lopend bedrijf zo'n dertig ton zullen moeten
omzetten.'