Rekenkamer Utrecht: bijdrage gemeentelijk beleid aan economie onduidelijk

Foto: Rekenkamer Utrecht

De Rekenkamer Utrecht heeft onderzoek gedaan naar de effecten van het economisch beleid van de gemeente Utrecht. Uit het onderzoek blijkt dat niet duidelijk is in welke mate het economisch beleid van de gemeente aan de economie bijdraagt. Die onduidelijkheid heeft structurele oorzaken, zoals het ontbreken van een volledig inzicht in de effecten van activiteiten en genomen maatregelen. Daarnaast speelt de coronacrisis een belangrijke rol, omdat daardoor andere maatregelen en activiteiten nodig waren dan oorspronkelijk beoogd.

De gemeente Utrecht startte in 2019 het programma Economie & Werkgelegenheid voor Iedereen met als belangrijkste doel dat er genoeg banen én goed toegeruste werknemers zijn en blijven. Passend bij de groei van de stad. De rekenkamer ziet in de geanalyseerde cijfers van de banen, bedrijfsvestigingen en economisch groei dat de Utrechtse economie goed presteert. Ook ten opzichte van andere grote steden. In welke mate het economisch programma bijdraagt aan deze positieve economische ontwikkelingen blijft onduidelijk.
De rekenkamer doet in haar rapport zes aanbevelingen om meer inzicht in de effecten te krijgen. Zo roept de rekenkamer de gemeente op om een samenhangend overzicht op te stellen van de gemeentelijke inzet voor de economie. Het is een complex beleidsveld waar de gemeente geen wettelijke taak heeft en dus veel beleidsvrijheid. De gemeente werkt veel samen met andere partijen en is vaak zelfs afhankelijk van de inzet van die partijen om de doelen te bereiken. En naast de economie vragen ook andere maatschappelijke opgaven om aandacht, zoals wonen en mobiliteit. Met een samenhangend overzicht kunnen medewerkers van het programma aan andere afdelingen en samenwerkingspartners duidelijk maken wat de gemeente doet en wil bereiken. En ook de gemeenteraad krijgt dan meer duidelijkheid over de werking van dit programma.
De rekenkamer vindt verder dat de gemeente duidelijker moet maken dat het beleid niet alleen is gericht op de arbeidsmarkt, maar ook op het vestigingsklimaat en het investeringsklimaat. Ook zouden de Utrechtse doelen beter aan moeten sluiten op de regionale, landelijke en Europese doelen. Daarnaast zou de gemeente duidelijk moeten maken waar het beschikbare geld en de beschikbare tijd van de medewerkers precies aan worden besteed. De rekenkamer vindt dat de gemeente meer aandacht moet besteden aan de evaluatie van de effecten van maatregelen en ingezette instrumenten. Dit is op dit moment slechts het geval bij een gedeelte van het programma, zoals bij de subsidies. Er is veel informatie over de economie beschikbaar, maar die gebruikt de gemeente nog niet optimaal om bijvoorbeeld het inzicht in de effecten te meten.
Een andere aanbeveling van de rekenkamer is dat de gemeente beter aan ondernemers en samenwerkingspartners duidelijk moet maken wat de gemeente Utrecht precies doet. En hoe de samenwerkingspartners kunnen bijdragen aan de opgave die er voor de stad ligt. Ook binnen de gemeente moet de samenwerking tussen de deelprogramma’s vestigingsklimaat, investeringsklimaat en arbeidsmarkt verbeteren. Ten slotte beveelt de rekenkamer de gemeente aan om een duidelijk economisch profiel te ontwikkelen. Een helder en onderscheidend profiel is nodig voor een goede afstemming met de inzet van andere overheden en voor de onderbouwing van subsidieaanvragen door de gemeente.

Reacties

Cookieinstellingen