Einde inzet Defensie bij UMC Utrecht

Foto: UMC Utrecht

De inzet van militairen in het UMC Utrecht wordt per 1 juli beëindigd. Door de snelle daling van het aantal patiënten met COVID-19 in de Nederlandse ziekenhuizen, is de gecentraliseerde hulp van de militairen in het UMC Utrecht niet meer nodig. In totaal zijn er 160 militairen actief ingezet op de COVID-afdelingen in het Utrechtse academische ziekenhuis.

Deze unieke civiel-militaire samenwerking is de grootste vorm van Defensie-steun tijdens de COVID-19-crisis. Groene artsen en verpleegkundigen werkten zij-aan-zij met de witte specialisten van het UMC Utrecht. Ook zijn militairen ingezet voor ondersteunende taken zoals het klaarzetten en opruimen van medische apparatuur, zodat de verpleegkundigen en artsen zich helemaal konden richten op de zorg voor de patiënten.
Het beëindigen van de militaire inzet in het UMC Utrecht gebeurt sneller dan verwacht. De laatste periode neemt het aantal positief geteste COVID-19-patiënten snel af. Het UMC Utrecht heeft de nood-IC in het Calamiteitenhospitaal en een tweede verpleegafdeling voor COVID-19-patiënten al eerder gesloten. De inzet van de militairen is afgelopen maand gehalveerd en de laatste groene artsen en verpleegkundigen ronden deze week hun taken in het UMC Utrecht af. Dit betekent concreet dat vandaag, donderdag 10 juni, de laatste dag is dat de militairen van de Marine, Landmacht en Luchtmacht aan het werk zijn in het UMC Utrecht.
Het ministerie van Defensie ondersteunt het UMC Utrecht sinds het begin van de COVID-19-pandemie met de inzet van geneeskundige specialisten en ondersteunend personeel. Tijdens de tweede golf zijn militairen centraal ingezet in Utrecht om de impact van de inzet te vergroten. Op die manier was het mogelijk om de bovenregionale COVID-zorg mogelijk te maken. COVID-19-patiënten waarvoor geen plek was in ziekenhuizen in de eigen regio in Nederland, werden opgevangen in het UMC Utrecht. Het UMC Utrecht was hiervoor een logische keuze, aangezien het UMC Utrecht centraal in Nederland ligt en ervaring is met samenwerking via het Centraal Militair Hospitaal (CMH) en het Calamiteitenhospitaal.

Reacties