Verkeersveiligheid in Utrecht staat volgens Rekenkamer onder druk

15 okt , 12:11 • Stadsnieuws
ongeluk
Akent879 via pixabay
De stad groeit, het wordt drukker en het verkeer in Utrecht is de afgelopen jaren complexer geworden. Dat heeft gevolgen voor de verkeersveiligheid van de stad. Het aantal slachtoffers neemt af, maar de tevredenheid over de veiligheid van het verkeer gaat achteruit. De gemeente Utrecht heeft een aanpak om de verkeersveiligheid te verbeteren, maar deze aanpak is nog onvoldoende consequent en structureel. Dat concludeert de Rekenkamer Utrecht op basis van haar onderzoek getiteld ‘Richting aangeven’.
De gemeente Utrecht werkt al jaren aan het verbeteren van de verkeersveiligheid. Dit doet zij met een breed pakket aan maatregelen, zoals handhaving, educatie en fysieke ingrepen. Die aanpak is steeds meer risicogestuurd geworden, waarbij de focus ligt op het proactief aanpakken van de grootste risico’s op het gebied van verkeersveiligheid in plaats van (vooral) reageren op ongevallen.
Positie van verkeersveiligheid binnen gemeente is onduidelijk

De rekenkamer vindt dat de gemeente een duidelijker plek moet geven aan programma Verkeersveiligheid binnen de bredere organisatie. Binnen de afdeling Mobiliteit is in principe elke medewerker verantwoordelijk voor het meenemen van verkeersveiligheid binnen projecten. Dit werkt echter niet optimaal. Bovendien werkt een klein team met beperkte financiën en capaciteit aan de opgave en moet vanuit deze positie concurreren met andere, soms conflicterende belangen. Denk aan het belang van programma Fiets om de fietsers zo veel mogelijk voorrang te geven, terwijl dit niet altijd de meest verkeersveilige optie is. Daarom beveelt de rekenkamer aan om een gezamenlijke visie en een duidelijke positionering te bepalen op verkeersveiligheid.
Aanpak wordt bemoeilijkt door politiek-maatschappelijke druk en financiële krapte

De risicogestuurde aanpak van verkeersveiligheid is duidelijk en wetenschappelijk onderbouwd. Toch is het volgens de rekenkamer in de praktijk niet altijd helder waarom sommige locaties worden aangepakt en andere niet. Daarbij speelt mee dat de gemeente na ernstige ongevallen vanwege politiek-maatschappelijke druk soms snel moet reageren op maatschappelijke onrust. Ook is inzet van onder andere handhaving beperkt door financiële krapte van het programma. Om financiële tekorten voor het uitvoeren van projecten op te vangen, is de afgelopen jaren meermaals geld uit de toekomst naar voren gehaald. De rekenkamer beveelt aan om meer balans aan te brengen tussen de ambities en de hiervoor benodigde middelen.
Ruimte voor inbreng belanghebbenden en bewoners, toch zijn partijen kritisch

In verkeersveiligheidsprojecten is ruimte voor de inbreng van belanghebbenden zoals de Fietsersbond en bewoners. Toch zijn partijen soms kritisch over projectresultaten en over de lessen die de gemeente trekt uit hun bijdrage. De rekenkamer beveelt de gemeente aan om aandacht te besteden aan het managen van verwachtingen van belanghebbenden en bewoners over welke invloed de gemeente heeft op de verkeersveiligheid.
Kennisdelen, leren en evalueren worden niet structureel gedaan

Ook voert de gemeente niet structureel interne evaluaties uit en wordt niet consequent kennis gedeeld over verkeersveiligheid. Geleerde lessen over wat goed werkt en/of wat in het vervolg anders zou moeten, worden nog niet structureel vastgelegd. Dat beperkt de mogelijkheid om de aanpak van verkeersveiligheid vanuit opgedane kennis en ervaringen verder richting te geven. De rekenkamer beveelt de gemeente daarom aan om te zorgen voor een structurele cyclus van evalueren, leren en verbeteren.
Koppeling van de aanpak met doelen ontbreekt

De gemeente heeft als doelen gesteld om met de aanpak van verkeersveiligheid zowel de objectieve verkeersveiligheid (aantal ongevallen) als ook de subjectieve (de ervaren) verkeersveiligheid te verbeteren. Maar tussen deze doelen op papier en de uiteindelijke aanpak ziet de rekenkamer geen verband. Daardoor is niet duidelijk hoe de gevolgde aanpak en de inzet van beschikbare middelen moeten bijdragen aan deze beleidsdoelen. De rekenkamer beveelt daarom aan om meer samenhang aan te brengen tussen gestelde doelen, aanpak en uitvoering.
loading

Loading articles...

Loading