Sébastien
Haller is terug. De dertigjarige aanvaller, die tussen 2015 en 2017
al 98 duels speelde voor FC Utrecht, wordt tot het einde van dit
seizoen gehuurd van Borussia Dortmund. De 27-voudig international van
Ivoorkust gaat spelen met rugnummer 91.
Toen
Sébastien Haller in de zomer van 2017 de overstap maakte van
FC Utrecht naar Eintracht Frankfurt, deed hij een nogal
ongebruikelijke belofte. “Op een dag kom ik hier weer terug. Dan
speel ik weer voor FC Utrecht.”
Inmiddels
zijn we ruim zeven jaar en 74 competitiedoelpunten verder. Maar
Haller heeft zijn woord gehouden. De rest van dit seizoen wordt hij
gehuurd van Borussia Dortmund en is hij weer te zien in zijn geliefde
Stadion Galgenwaard. “Toch zag deze niemand aankomen. Ik ben enorm
dankbaar dat het is gelukt.”
In
de zomer van 2017 nam Utrecht afscheid van een publiekslieveling. De
boomsterke spits had 98 wedstrijden nodig om 51 keer te scoren. Het
leverde Haller een prachtige transfer op naar Eintracht Frankfurt.
Nadat hij in het seizoen 2018/2019 definitief zijn naam had gevestigd
in de Bundesliga, werd hij verkocht aan West Ham United. Via Ajax,
Borussia Dortmund en een verhuurperiode aan het Spaanse CD Leganés,
keert hij nu terug in Utrecht.
“Het
voelt als thuiskomen”, begint de aanvaller. “Het is natuurlijk
heel fijn als je ergens binnenkomt lopen waar je goede herinneringen
hebt. Je ziet bekende mensen, de bekende weggetjes door de stad. Het
geeft gewoon een heel fijn gevoel.”
“Iedereen
kent mijn situatie. Ik wilde graag weer spelen, mezelf ergens vijf
maanden laten zien. Ik ben nu dertig jaar oud en heb al veel
meegemaakt. Om dan ergens vijf maanden naartoe te gaan en je vrouw en
kinderen tijdelijk achter te laten, is niet eenvoudig. Eigenlijk was
er maar één club waar ik voor zo’n korte periode naartoe wilde
gaan. Als het niet Utrecht was geweest, dan was het moeilijk geweest
om een stap als deze te maken.”
Haller
en FC Utrecht lieten elkaar nooit helemaal los. Met
oud-collega’s als Mark van der Maarel en Willem Janssen,
Teammanager Marcel Mul maar ook Technisch Directeur Jordy Zuidam
bleef het contact goed. Die laatste haalt hem nu terug naar Utrecht.
Het leek een een-tweetje nadat Haller in december aangaf open te
staan voor een terugkeer naar Nederland. Maar zo simpel was het
niet.“Of ik toen al direct aan Utrecht dacht? Ik dacht niet
dat het haalbaar zou zijn. De eerste keer dat Jordy belde zei ik: “Ik
denk dat het niet gaat gebeuren”. Het was meer een belletje tussen
twee mannen die elkaar erg mogen en met elkaar bespreken hoe mooi het
wel niet zou zijn mocht het lukken. Maar het leek onmogelijk. De
laatste weken en dagen heeft FC Utrecht er alles aan gedaan.
Uiteindelijk heeft iedereen bijgedragen om dit mogelijk te maken.
Ikzelf, FC Utrecht, CD Leganés en Borussia Dortmund. Ik hoop
dat onderaan de streep iedereen gelukkig is.”
En
dus poseerde hij donderdagochtend met Zuidam, die hem overhaalde naar
Utrecht te komen. Hoewel? “Jordy heeft me niet vaak gebeld. Hij
weet namelijk hoe ik ben. Je moet mij niet te veel bellen. Ik denk
dat hij mij in totaal misschien twee keer heeft gebeld.
Tegelijkertijd kan je mijn zaakwaarnemer vragen hoe vaak hij is
gebeld. Dat is aanzienlijk meer. Onze relatie is bijzonder. Jordy en
ik zijn heel close. Ik was tien jaar geleden zijn eerste deal. We
hebben door de jaren heen altijd goed contact gehouden. Ook als het
niet om een mogelijke transfer ging, stuurde hij me een bericht.
Gewoon om in contact te blijven.”Haller hoopt vrijdag voor
het eerst mee te trainen met de selectie van Hoofdtrainer Ron Jans,
met wie hij naar eigen zeggen ook mooie gesprekken voerde. Mits het
papierwerk bijtijds in orde is, zou hij zondag al aan kunnen sluiten
voor het uitduel met Feyenoord. De aanvaller kijkt uit naar de tweede
seizoenshelft, zeker na de historische seizoenstart.
“Toen
ik voor de eerste keer werd gebeld, stonden we tweede. Op de dag dat
ik mijn contract tekende, stonden we derde. Dat is wel een beetje
teleurstellend”, grapt de aanvaller. “Nee, het is natuurlijk
geweldig! In mijn eerste periode FC Utrecht wilden we meedoen om
deze posities op de ranglijst. Nu staan we hier halverwege het
seizoen. We mogen trots zijn en hopen, maar aan het einde van het
seizoen worden de prijzen verdeeld. Het is geweldig. We mogen
allemaal trots zijn, maar we zijn nog niet klaar. We zijn pas
halverwege. We moeten nog verder pushen.”