Waarom wetenschappers naar Spitsbergen moeten gaan

18 okt 2015, 9:57Onderwijs & Wetenschap
spitsbergen foto ligtenberg
Universiteit Utrecht
UTRECHT - Onder de vijftig onderzoekers die deze zomer op expeditie gingen naar Spitsbergen, bevonden zich zeven Utrechtse wetenschappers. Onderzoekers Wim Hoek en Willem Jan van de Berg keerden enthousiast terug.
“Het zou goed zijn als dit soort bredere vakgebiedsoverstijgende expedities vaker werd georganiseerd en ik zou iedereen aanraden een keer mee te gaan”, vertelt aardwetenschapperWim Hoek.
Hoewel de onderzoekers al dagelijks bezig zijn met het klimaat, bleken de effecten van de klimaatverandering op Spitsbergen toch confronterend. De foto van een van de expeditieleden van een magere ijsbeer is al iconisch geworden. Maar ook rendieren hebben het zwaar, vertelt klimaatnatuurkundige Willem Jan van de Ber
g. "Tijdens de echt koude winters die vroeger heersten, konden de rendieren eten door sneeuw opzij te schuiven en van het mos daaronder te grazen. Nu dooit het vaak tussendoor en vriest die dooi weer vast, waardoor ze niet meer bij het mos kunnen. Je ziet daardoor veel minder rendieren dan voorheen. Uitleg geven over de gevolgen van de klimaatverandering is weliswaar niet onze primaire taak, maar voelt zeker na deze reis wel als een verantwoordelijkheid."
Ongerept klimaatarchief
Hoek onderzoekt het klimaat van vroeger door in het bodemarchief te kijken. "Als je dat in Nederland doet, mis je gegevens rond de Romeinse tijd en Middeleeuwen, omdat het veen uit die tijd is ontgonnen en opgebrand", vertelt hij. "Spitsbergen is een ongerept klimaatarchief, omdat daar nooit mensen hebben gewoond. Tijdens de expeditie heb ik in meertjes boorkernen gestoken die doorlopen tot zeker 2000 jaar geleden. Samen met metingen die recente klimaatinformatie geven en andere ijkpunten kunnen we hopelijk het klimaat van de afgelopen 2000 jaar reconstrueren."
Van de Berg doet onderzoek naar het klimaat boven grote ijskappen, bijvoorbeeld over de interactie tussen de weersomstandigheden en de ijskap. "Voor die interactie is de toestand van het oppervlak van de ijskap erg belangrijk", legt hij uit. "Sneeuw is wit en kaatst dus licht terug. Als sneeuw smelt en samenklontert, wordt het donkerder en absorbeert het meer licht en dus warmte, en smelt het ijs sneller. Tijdens deze expeditie hebben we een nieuw weerstation op Spitsbergen neergezet om het smelten van gletsjers beter te leren begrijpen. Hiermee registreren we niet alleen de weersomstandigheden, maar ook hoeveel voelbare warmte op het oppervlak van de gletsjer terechtkomt. Daarnaast meten we hoe ver het station naar beneden zakt. Zo kunnen we reconstrueren wat het effect van de weersomstandigen op de gletsjer is."
Samenwerking
De samenwerking tussen de onderzoekers verliep vanzelfsprekend, vertelt Van den Berg. "Toen ons weerstation eenmaal stond, hadden we de rest van de expeditie eigenlijk weinig meer te doen. Dan is het leuk om andere mensen te helpen." Hoek: "Je hebt meerdere mensen nodig om boringen te doen, dus Stefan Ligtenberg
van het IMAU is bijvoorbeeld ook een dag met ons mee geweest om te boren. Daarnaast is een gezamenlijke expeditie relatief goedkoop, omdat je met veel onderzoekers samen de logistieke kosten deelt."
De onderzoekers zijn positief verrast over het effect van een expeditie met niet-vakgenoten. Hoek: "Het was leuk om onderzoekers uit andere vakgebieden uitleg te geven. Die interactie is eigenlijk veel leerzamer dan die met vakgenoten, waar je normaal gesproken vooral mee bezig bent. En de toeristen die mee waren stelden weer heel andere vragen. Het is goed om je te realiseren hoeveel mensen interesse hebben in je onderzoek. Ik ben blij met de media-aandacht voor deze expeditie. Je kunt zo op een natuurlijke manier over je onderzoek vertellen."
Kruisbestuiving
De expeditie leidde ook tot onverwachte kruisbestuivingen van elkaars onderzoek. Van de Berg: "Wij doen ook projecten waarbij we terugkijken in het verleden, en kwamen er door deze expeditie achter dat wij onze verzamelde gegevens over Spitsbergen kunnen ijken aan de data van Wim Hoek." Hoek: “Ik sprak ook met bijvoorbeeld biologen, die duidelijke verschillen zien met observaties uit de jaren 70. Die verschillen zou je ook in onze resultaten moeten terugzien." Van de Berg: "Gek genoeg vonden wij juist weinig veranderingen over de laatste 50 jaar. Het is interessant om uit te zoeken hoe dat zit."
loading

Loading articles...

Loading