UMC Utrecht omarmt veelbelovende therapie tegen hartfalen

15 dec 2016, 13:01 Onderwijs & Wetenschap
hartstichting
Screenshot Hartstichting

UTRECHT - Meer dan 3,5 miljoen mensen in Europa krijgen jaarlijks de diagnose hartfalen. Bij deze aandoening is de pompfunctie van het hart beschadigd, waardoor de weefsels onvoldoende bloedaanvoer krijgen. Patiënten hebben maar liefst 50 procent kans om binnen vier jaar hieraan te overlijden. Er bestaat - nu hiervoor geen geneesmiddellen voorhanden zijn - een dringende behoefte aan innovatieve therapieën die het verloop van de ziekte blijvend kunnen veranderen.

dr joost sluijter

Dr. Joost Sluijter

van het UMC Utrecht heeft deze week een Europese subsidie van 2 miljoen euro ontvangen, een zogenaamde ERC Consolidator Grant voor de ontwikkeling van een methode waarmee bij patiënten met hartfalen de pompfunctie van het hart kan worden verbeterd door middel van het toepassen van de nieuwste technieken uit de regeneratieve geneeskunde.Sluijter en zijn team ontwikkelen een veelbelovende therapie voor hartfalen, namelijk het stimuleren van de reparatie van het hart met behulp van blaasjes die worden geoogst uit (vroege afstammelingen van) stamcellen. Het idee is dat deze blaasjes, die eigenlijk ingekapselde pakketjes zijn met een krachtige helende werking en een cocktail van factoren bevatten, afgeleverd worden op de plaats van de hartschade waar ze kunnen bijdragen aan het herstel van het hartweefsel.

Blaasjes met groeifactoren

Met behulp van deze subsidie richtSluijter,verbonden als onderzoeker aan het Hart- en Vaatcentrum van het UMC Utrecht, zich op (a) het op de juiste plaats in het lichaam afleveren van deze blaasjes met groeifactoren, (b) een beter inzicht te krijgen in het werkingsmechanisme, en (c) het ontwerpen van manieren om de productie van deze blaasjes te stimuleren en ze vrij te kunnen maken uit stamcellen.

Sluiter: "Deze subsidie stelt me in staat om verschillende zaken tegelijkertijd aan te pakken. We willen niet alleen goed snappen hoe dit werkt, maar ook sneller naar het eindproduct werken om te kunnen kijken of de potentie die deze blaasjes hebben ook daadwerkelijk tot een product kan leiden dat het verschil maakt voor de patiënt."

Bron: UMC Utrecht