UTRECHT - Discriminatie is schadelijk. Het bevorderen van solidariteit tussen verschillende groepen in de samenleving zal pas effectief zijn wanneer we ons niet alleen bekommeren om leden van onze eigen groep. Hoe eerder we dit kunnen stimuleren, hoe beter. Maar hoe zit dit eigenlijk bij kinderen?
De Utrechtse promovenda Jellie Sierksma ondervroeg maar liefst 3170 kinderen in de leeftijd van 8 tot 13 jaar over verschillende situaties waarin een leeftijdgenoot hulp nodig had. Bijvoorbeeld omdat deze een opdracht op school niet goed snapte of hulp nodig had met zoeken naar een verloren fietssleutel. Kinderen vinden het ten eerste heel belangrijk dat mensen de hulp die ze nodig hebben ook krijgen. Wanneer de hulpvrager echter tot een andere groep behoort, bijvoorbeeld Turks is of in een andere klas zit, dan verwachten kinderen toch dat de eigen groepsgenoten meer helpen. Ook geven kinderen aan zelf eerder bereid te zijn groepsgenoten te helpen dan niet-groepsgenoten.
Aanknopingspunten voor interventie
Sierksma geeft aan dat er aanknopingspunten zijn voor interventie, bijvoorbeeld door empathie te stimuleren voor het slachtoffer. Je zou kinderen bijvoorbeeld kunnen vragen: “Hoe denk je dat het slachtoffer zich voelt?” De voorkeur om vooral eigen groepsleden te willen helpen verdwijnt hiermee.