
Een 20-jarige man uit Utrecht is veroordeeld tot 160 dagen gevangenisstraf die hij in voorarrest al heeft uitgezeten. Hij heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel. Daarnaast heeft hij een voorwaardelijke gevangenisstraf van 300 dagen en een werkstraf van 120 uur gekregen.
In ruim een maand tijd heeft hij een 16-jarig meisje geholpen met prostitutiewerkzaamheden op de tippelzone in Utrecht. Een groot deel van het geld dat zij met de werkzaamheden verdiende heeft ze afgegeven aan de verdachte. Pas na een tip heeft de politie een einde kunnen maken aan de werkzaamheden. Mensenhandel is een vergaande manier van uitbuiting waarbij een ernstige inbreuk wordt gemaakt op de fundamentele rechten als menselijke waardigheid en persoonlijke vrijheid. Uit de verklaringen blijkt dat het slachtoffer niet aan het prostitutiewerk was begonnen als zij geen contact had gehad met de verdachte.
Bij minderjarige slachtoffers in dit soort zaken wordt ervan uitgegaan dat zij niet beschikken over een zekere rijpheid om de gevolgen van hun handelingen te kunnen overzien en zelfstandig beslissingen te kunnen nemen. Een eventuele instemming van het slachtoffer om in de prostitutie te werken is dan ook niet relevant. Naast de jeugddetentie en de gevangenisstraf moet de verdachte zich laten behandelen en mag hij geen contact opnemen met de slachtoffers.