
De politie heeft in de vroege ochtend van 15 december op de Amsterdamsestraatweg een dronken student met een nepwapen aangehouden. Hij wilde een grap uithalen met zijn huisgenoten en was zodoende met een nepwapen in zijn broekband op weg naar huis.
Een vrouw die over de Amsterdamsestraatweg fietst, ziet de student, schrikt en belt de politie. Twee agenten gaan naar de Amsterdamsestraatweg en schreeuwen tegen de student dat hij zijn handen omhoog moet doen. In plaats daarvan beweegt hij zijn handen in de richting van het wapen. De agenten staan op het punt te schieten, roepen nog een keer dat de handen omhoog moeten en dan dringt de ernst van de situatie door tot het benevelde studentenbrein: de handen gaan omhoog, de agenten schieten niet. Maar dat scheelde een fractie van een seconde en als de agenten hadden geschoten, dan zou dat volgens de officier van justitie rechtmatig zijn geweest.
De officier van justitie kan de student dagvaarden. Als de student veroordeeld wordt, krijgt hij een strafblad dat zijn toekomstige werk en leven flink in de weg kan staan. Omdat de verdachte zich realiseert hoe stom hij is geweest en zich uitput in excuses, besluit de officier tot een alternatieve straf. De verdachte moet een paper schrijven, waarin hij alle mogelijke aspecten behandelt van de impact die dit gebeuren heeft op agenten. Als de officier het heeft goedgekeurd, moet hij het persoonlijk gaan aanbieden aan de agenten, met zijn welgemeende excuses erbij. En als dat is afgerond, kan de zaak geseponeerd worden.