De rechtbank Midden-Nederland heeft een 44-jarige man uit Utrecht veroordeeld tot een gevangenisstraf van 13 jaar voor doodslag. De verdachte heeft een 39-jarige man op 19 juli 2025 in Utrecht meerdere keren gestoken. Het slachtoffer overleed ter plekke.
De verdachte en het latere slachtoffer hadden een langlopend zakelijk conflict. Het slachtoffer heeft de verdachte, na telefonische bedreigingen over en weer, bij zijn woning opgezocht. Hij heeft al schreeuwend op de voordeur van de verdachte staan bonken. De verdachte heeft vervolgens twee grote keukenmessen gepakt en is hiermee bewapend de confrontatie met het slachtoffer aangegaan. Tijdens het daaropvolgende gevecht heeft de verdachte het ongewapende slachtoffer meermalen gestoken, onder meer in zijn nek en bovenarm.
De rechtbank oordeelt dat verdachte het slachtoffer opzettelijk om het leven heeft gebracht. De verdachte wist op het moment van bonken en schreeuwen dat het slachtoffer woedend voor de deur stond. Hij is met twee messen naar de voordeur gegaan. Hiermee heeft hij bewust de confrontatie opgezocht en handelde hij niet uit noodweer, zoals de verdachte zelf aangaf. De rechtbank stelt vast dat de verdachte andere keuzes had kunnen en moeten maken. Hij had ervoor moeten kiezen om de voordeur niet open te doen, in zijn woning te blijven en eventueel de politie te bellen. De verdachte heeft het conflict geëscaleerd naar doodslag en alleen hij is daardoor verantwoordelijk voor de dood van het slachtoffer.
Onherstelbaar leed
De rechtbank legt conform de eis van de officier van justitie 13 jaar gevangenisstraf op. De verdachte heeft de nabestaanden van het slachtoffer onherstelbaar leed aangedaan. De rechtbank weegt verder mee dat de doodslag plaatsvond in een drukke straat met veel omstanders. Ook neemt de rechtbank het de verdachte kwalijk dat hij de verantwoordelijkheid voor de doodslag bij het slachtoffer legt.
Terminaal ziek
De verdachte is sinds begin dit jaar geschorst uit voorlopige hechtenis. Anders dan de officier van justitie vindt de rechtbank niet dat de verdachte direct terug moet naar de gevangenis. De verdachte is terminaal ziek en ondergaat behandelingen gericht op levensverlenging. Hij mag een eventueel hoger beroep in vrijheid afwachten zodat hij de behandelingen kan ondergaan en het laatste stuk van zijn leven, met de continue pijn en achteruitgang die daarmee gepaard gaat, in zijn eigen huis en in aanwezigheid van zijn familie kan doorbrengen.