
De Utrechtse tweevoeters moesten woensdag 1 november 1961 nog duidelijk wennen aan de nieuwe voetgangersregeling, zo meldt het Utrechtsch Nieuwsblad op die dag. 'Bij menig zebra werd - vooral door de mannen - flink geaarzeld. En merkwaardig genoeg: bij rood voetgangerslicht aarzelde men niet, maar stapte er flink doorheen.'
Nee het liep nog niet zoals het moest, maar de verkeerspolitie hoopte dat men over enkele weken verbetering zou zien. De nieuwe regeling staat of valt met de medewerking van het publiek, zei hoofdinspecteur B.W. Quist van de verkeerspolitie. Zeker is dat het rijverkeer zijn tempo zal moeten verlagen. De snelheid van 50 kilometer als maximum moet men maar vergeten want wie daarmee rijdt, veroorzaakt ongelukken.
Het rijverkeer dient zich volgens de heer Quist zo te gedragen alsof men bij iedere hoek een beschermde oversteekplaats kan verwachten.
Maar het is nog allemaal wennen, zo constateert de krant. Zo wordt er nog stug door rood licht gewandeld en een slechte beurt maakten, evenals de (brom)fietsers, motorrijders en automobilisten die nog wel eens de regeling 'vergaten'.






