Man uit De Meern schuldig bevonden aan grooming

Foto: Pixabay

De rechtbank veroordeelt een 61-jarige man uit De Meern die zich schuldig heeft gemaakt aan grooming van een (virtueel) meisje van 14 jaar. Hij krijgt hiervoor een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden. Daarbij legt de rechtbank een werkstraf van 200 uur op. 

De man maakte zich tussen oktober 2020 en november 2020 schuldig aan grooming. Dit deed hij door zich aan een persoon – die zich voordeed als minderjarig meisje van 14 jaar – een ontmoeting voor te stellen met de bedoeling om seksuele handelingen met haar te verrichten. Dit blijkt onder meer uit de screenshots van de vele  berichten waarin hij meerdere keren vraagt naar en zinspeelt op een daadwerkelijke ontmoeting. Zo creëerde de man steeds de gelegenheid om een ontmoeting te laten plaatsvinden.
Uit de expliciete seksuele inhoud van deze berichten trekt de rechtbank de conclusie dat de man met het voorstel tot een afspraak de bedoeling had om seksuele handelingen met dit minderjarige meisje te plegen. De man reisde daarop ook daadwerkelijk af naar de plek van afspraak.
Bij zijn handelswijze dacht de man daarbij niet aan de psychische schade die dergelijke berichten bij een minderjarige kunnen veroorzaken. Door vervolgens een afspraak te maken met het oogmerk seksuele handelingen te verrichten met de – naar hij dacht – minderjarige, laat hij verder blijken niet te hebben stilgestaan bij de schadelijke gevolgen die seksueel contact met een volwassene aan de ontwikkeling van een minderjarige kunnen toebrengen. De rechtbank rekent dit de man ernstig aan. Dat de persoon met wie hij chatte en afsprak in werkelijkheid geen meisje van 14, maar een volwassene was, doet niet af aan de kwalijkheid van het handelen van verdachte.
De rechtbank oordeelt – net als de officier van justitie – dat een forse voorwaardelijke straf in dit geval passend en geboden is om de man ervan te weerhouden opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten te plegen. De rechtbank komt toch tot een hogere strafoplegging, omdat zij van mening is dat de door de officier van justitie geëiste straf onvoldoende recht doet aan de ernst van het gepleegde feit. 

Reacties