
Woensdagmiddag heeft wethouder A.P.G. van Koningsbruggen op het voorterrein van de Brandweerkazerne drie nieuwe ziekenauto's bezichtigd die onlangs door de gemeente zijn aangeschaft, ter uitbreiding en vervanging van het wagenpark. De auto's hebben een speciaal gebouwde carrosserie, die voldoet aan de meest moderne eisen van het ziekenvervoer. Dat meldt het Utrechtsch Nieuwsblad op donderdag 3 februari 1966.
Er is ruimte voor drie brancards: twee boven elkaar en een derde op een tot bed uitklapbare stoel. Voorts is de wagen onder andere uitgerust met een uitklapbaar zoeklicht, een zuurstofkoffer en afzuigapparatuur. Een extra accu levert stroom voor de mobilofoon terwijl deze tevens dienst kan doen als reserve-accu.
Wethouder Van Koningsbruggen zette uiteen dat de gemeente Utrecht nu over twaalf ziekenauto's beschikt, maar dat de drie nieuwe in de eerste plaats als vervanging van eventueel te oude wagens zijn bedoeld. De oudste wagen is van het bouwjaar 1955 en is in mei 1956 in dienst genomen. Op 1 januari 1966 had de auto 326.000 kilometer afgelegd. 'n Nieuwe ziekenauto kost, vertelde hij, met alle 'accessoires' ongeveer f 48.000. De gemeente streeft ernaar wagens van hetzelfde merk te nemen, omdat dit de vervangbaarheid van onderdelen vergemakkelijkt.
De wethouder meende dat in Utrecht de ideale situatie wat betreft tijdsverloop tussen alarm en aankomst op de ongevalsplaats en wat betreft de omvang van het wagenpark vrijwel is bereikt. Anderzijds, zei hij, moeten we natuurlijk niet stil blijven staan, maar voortgaan in de richting van het ideale. De commandant van de brandweer, J. Das, vertelde dat van het alarmsein af, de chauffeur en de verpleger (die beiden boven de kazerne slapen) in twee minuten in de ziekenauto zitten. Binnen zeven minuten is dan - in de stad - de plaats van het ongeval bereikt.





