Keurig in de rij lagen dinsdagmiddag 36 Duitse luchtdoelgranaten 8,8 mm in het gras bij de gracht van fort De Bilt. Maandag waren er 10 uit het water gehaald en vrijdag 19. Kinderen van personeel van de Koninklijke Marechaussee hebben het oorlogstuig ontdekt, dat bloot kwam door de lage waterstand als gevolg van de werkzaamheden in het nieuwe universiteitscentrum De Uithof. Dat meldt het
Utrechtsch Nieuwsblad op woensdag 25 mei 1966.
De brigadecommandant in het fort De Bilt, 1ste luitenant S.M. van der Graaff en Opperwachtmeester M. Mobach brachten de journalisten van het Utrechtsch Nieuwsblad op het terrein naar de plaats van de vondst. Sergeant-majoor L. van Maren, verbonden aan de explosieven- en opruimingsdienst van de Koninklijke Landmacht, had de leiding bij de werkzaamheden. Hij heeft dit soort karweitjes geregeld bij de hand omdat het gehele jaar door van deze vondsten in ons land melding wordt gemaakt.
De granaten waren nog behoorlijk intact; aan het uurwerk mankeerde praktisch niets. Zodra zij evenwel uit het water zijn gehaald treedt er vrij snel een oxydatieproces in en dat verhoogt het gevaar van ontploffing. Spelen met dit oorlogstuig, zoals helaas nog zo vaak gebeurt, is helemaal uit den boze.
De granaten worden naar de Leusderheide vervoerd waar zij worden vernietigd. Hoeveel er precies zijn kan thans moeilijk worden gezegd. De explosieven- en opruimingsdienst, standplaats in Culemborg, werkt nauw samen met de vaar- en duikerschool van de genie in Gorkum. Sergeant 1e klasse W. Hydra van deze school, die de projectielenuit het water haalde, aanvaardt de risico’s van zijn werk als iets vanzelfsprekends. ‘Ik denk er nooit aan’, vertelde hij, ‘als ik in het water ga..’. Het werken met zo’n duikeruitrusting en het ophalen van de granaten is het werk van specialisten, die herhaaldelijk in actie komen oom de oorlogsrestanten te verwijderen.