Utrecht 60 jaar terug: een verstokte DOS-fan in VARA-televisiequiz

23 feb , 14:13 Geschiedenis
de heer Zegel
UN 23-02-1966

‘Ik ben eigenlijk knotsgek om me op deze manier voor te bereiden, want er komt namelijk nooit een eind aan. Iedere avond studeer ik in mijn archieven. Op mijn werk praat ik de hele dag over DOS. Als ik er ’s nachts niet van kan slapen, helpt zelfs het schaapjes tellen niet. Het tellen brengt me dan weer op data en jaartallen. Dit zegt de 31-jarige J.D. Zegel, inwoner van Apeldoorn en waarschijnlijk de meest verstokte supporter van DOS in heel Nederland. Dat meldt het Utrechtsch Nieuwsblad op woensdag 23 februari 1966.

Al ruim drie jaar bereidt hij zich voor op Theo Eerdmans’ VARA-quiz ‘Tel uit je winst’, waarin hij binnenkort aan de tand wordt gevoeld over de geschiedenis van DOS sinds de oprichtingsdatum 23 maart 1901. ‘Drie-en-een-half jaar geleden zag ik op de televisie, hoe Jan de Hoop propaganda voor Arsenal maakte met zijn kennis over deze Engelse club. ik besloot om hetzelfde voor DOS te proberen en begon me voor te bereiden op de quiz,’ vertelt de heer Zegel in zijn Apeldoornse woning temidden van foto’s, vlaggetjes, boeken en clubbladen over en van DOS.

‘Toen ik na het optreden van Jan de Hoop in Eerdmans quiz - in die tijd nog ‘Je neemt er wat van mee’ geheten - besloot om het ook eens te proberen, ben ik materiaal gaan verzamelen om de DOS-geschiedenis te kunnen bestuderen,’ vervolgt de heer Zegel. ‘Ik ging gemiddeld twee keer per week op mijn scooter van Apeldoorn naar Utrecht om DOS-ers (Tony van der Linden, Louis van de Bogert, Henk Temming) te ontmoeten, mer ze over DOS te praten en oude clubbladen te vragen.’

‘Nu heb ik alle clubbladen van DOS vanaf april 1934. Het is niet zeker of er voor die tijd al regelmatig clubbladen werden uitgegeven. De eerste aanwinst voor mijn documentatie was het jubileumboek ‘DOS in gouden glans’, dat ter gelegenheid van heet 50-jarig bestaan werd uitgegeven!’

Door het studeren verwierf de heer Zegel niet alleen een enorme DOS-kennis, maar werd hij ook - zoals hij dat zelf noemt - DOS-gek. ‘Ik ben geboren in Leiden en opgegroeid in IJmuiden. Aan het begin van de oorlog verhuisden we we naar Utrecht. Als achtjarige bezocht ik voor het eerst geregeld de thuiswedstrijden van DOS. Later, toen ik met mijn vriendjes naar DOS ging, had ik niet altijd genoeg geld voor een kaartje. Dan nam ik een combinatietang mee en knipte ik een gat in het hek om er in te kunnen. Op twaalfjarige leeftijd ben ik bij zo’n gelegenheid nog eens door de politie opgepakt en in het bureau Gerard Doustraat opgesloten tot de wedstrijd was afgelopen.’

Na de kampioenswedstrijd van DOS tegen Sportclub Enschede (15 juni 1958 in Nijmegen) werd de heer Zegel een vurig bewonderaar van de ‘kanaries’. ‘Die dag herinner ik me als een van de mooiste in mijn leven. Het was bloedheet, de wedstrijd was geweldig spannend. Ik zie nog zo voor me, hoe Ton van der Linden in de derde verlenging (na 109 minuten voetbal!)het winnende doelpunt maakte.’

Op het ogenblik is DOS bijkans een obsessie voor de heer Zegel geworden. ‘De afgelopen vier jaar heb ik alle competitiewedstrijden van DOS gezien. Op de scooter ging ik overal naar toe, als ze uitspeelden. Zelfs ben ik een keer ziek op de scooter naar Maastricht gereden om ze tegen MVV te zien spelen. In verband met de wedstrijd voor de Jaarbeursbeker heb ik destijds in mijn vakantie een bezoek gebracht aan het stadion van FC Barcelona. Toen de wedstrijd Barcelona - DOS in zicht kwam heb ik de Spaanse club geschreven of ze mij - als DOS-supporter - geen vliegreis naar Barcelona konden aanbieden, maar dat hebben ze niet gedaan. Ook heb ik dit voorseizoen de wedstrijd DOS-Aston Villa gemist, omdat ik niet wist, dat die wedstrijd gespeeld zou worden. Verder heb ik de laatste jaren zo ongeveer alle wedstrijden van DOS gezien.’

In verband met de voorbereidingen voor de quiz heeft de heer Zegel een indrukwekkend DOS-archief op gebouwd. ‘Ik vind ’t geweldig jammer, dat ik geen zoon heb om mijn archief aan te kunnen geven en om het DOS-supporter te maken. Bij gebrek aan een zoon neem ik nu vaak mijn oudste dochter mee (ik heb drie: 10, 7 en 3 jaar oud). Maar aan en toe betreur ik het, dat ik geen zoon heb. Al was het maar voor DOS.’ Toch heeft de Apeldoornse DOS-supporter wel familiebanden met DOS. De ex-DOS-speler Hennie Jansen is met zijn zuster getrouwd. ‘Ik was er wat trots op, dat een DOS-er met mijn zuster verkering kreeg.’

In augustus van het vorig jaar gaf de heer Zegel zich op voor de VARA-quiz. In december had hij een gesprek met de samenstellers ervan. ‘Ze verklaarden me voor gek, dat ik de hele geschiedenis va DOS als onderwerp wilde nemen. Ik vind dat echter geen bezwaar. Wel heb ik bezwaar tegen het feit, dat me na de toezegging van mijn deelneming aan de quiz nog vier maanden studietijd is toegewezen. Er komt zo nooit een eind aan. Ik zou liever vandaag dan morgen op het scherm komen. Nu denk ik steeds, dat ik iets vergeten heb. Met als gevolg, dat ik weer begin te studeren. Mijn vrouw overhoort me nu elke avond.’

Binnen afzienbare tijd is het dan zover. Met 70 DOS-ers in de zaal (bestuur, eerste elftal, betaalde jeugd) zal de heer Zegel zijn kennis over DOS kunnen spuien. ‘Ik doe echt niet mee vanwege de prijs, die er te winnen is. Als ik elk voorbereidingsuur 5 cent verdiend had, zou ik nu mer hebben dan die eventuele duizend gulden. Ik doe het uitsluitend vanwege de propaganda voor DOS.’ Wel zal de 31-jarige boekhouder van de gelegenheid gebruik maken om - als ’t ter sprake komt - te vragen of niemand een baan in Utrecht voor hem heeft. ‘Niet alleen om bij DOS te kunnen zijn, maar ik zou sowieso wel naar Utrecht terug willen. Ik woon nu al sinds 1954 in Apeldoorn.’

Het is in ieder geval zeker, dat de heer Zegel, ongeacht zijn optreden in de quiz, in de ban van DOS zal blijven . Daar is zijn liefde voor de club groot genoeg voor. ‘Ik heb een perskaart om foto’s van achter het doel te kunnen maken, maar ook koop ik eider jaar een seizoenkaart om te voorkomen dat ik door mijn voordeel DOS niet financieel verzwak. Als DOS zou ophouden te bestaan - ze hebben veel te weinig steun van de gemeente - dan zou ik echter wel een beetje dood gaan. Ook na de quiz zal ik iedere week bij DOS blijven komen. En mijn dochter zal het altijd aan me blijven merken of DOS gewonnen of verloren heeft.’