Utrecht 60 jaar terug: een maand cel voor Rooie Frits

05 feb 2023, 16:02Geschiedenis
img 8084
UN 5-2-1963
In de nacht van 21 november 1962 kwam de Utrechter F.K., bij vrienden en kennissen bekend als Rooie Frits, het portiek van Jobs automatiek in de Predikherenstraat binnen. Na een kleine woordenwisseling sloeg Rooie Frits een man met een ploertendoder op neus en mond. Maandagmiddag had hij voor de Utrechtse politierechter mr. J.F.J. de Kort moeten verschijnen, zo meldt het Utrechtsch Nieuwsblad op dinsdag 5 februari 1963.
Rooie Frits was er niet maar de dreiging van zijn vechtlustige persoonlijkheid hing in de zaal, schrijft de verslaggeefster. Een van de getuigen van de mishandeling had een brief geschreven waarin hij vertelde geen getuigenverklaring te durven afleggen.
Maar het slachtoffer, de 33-jarige aannemer G.J.W. de Vries uit Utrecht, trotseerde de dreigementen van Rooie Frits. Hij vertelde de politierechter dat hij een week geleden was opgebeld door een onbekende die hem had aangeraden een voor K. gunstige verklaring af te leggen omdat er anders geen ruit van zijn huis heel zou blijven.
De aannemer vertelde toch wat er was gebeurd. Hij was die avond naar de automatiek gegaan nadat hij een gezellige avond had doorgebracht. In de automatiek vroeg een van zijn vrienden hem om een kwartje.
De aannemer gaf het hem en op dat moment kwam K. er aan gelopen. Hij riep dat hij ook een kwartje wilde en nog voordat de aannemer kon reageren, sloeg hij hem met een ploertendoder op neus en mond. Het slachtoffer bloedde hevig. Later bleek dat zijn neusbeentje was gescheurd. Hij had niet verder moeten slaan, zei de heer De Vries, of ik was mijn ogen kwijt geweest. K. was daarna in een taxi weggereden.
De aannemer die zeer verbaasd was dat Rooie Frits zonder meer een taxi kreeg, had enkele dagen na het gebeurde de betreffende taxi-ondernemer opgebeld en gevraagd hoe dit mogelijk was. Het antwoord hield in dat K. een goede klant was en dat de chauffeur van de taxi, als hij had geweigerd, later zeker moeilijkheden gekregen zou hebben.
Er waren nog andere feiten waaruit bleek dat Rooie Frits gewend was te tiranniseren. Vrienden van de aannemer die K. wel kenden, hadden hem voor de man gewaarschuwd.
Toen de eigenaar van de automatiek werd gevraagd waarom hij de politie niet had gebeld, was er geantwoord: Ja, zeker om hier de hele tent een beetje stuk te laten slaan.
De 32-jarige vertegenwoordiger J.D.E.I. uit Utrecht had een brief geschreven waarin hij vroeg verschoond te blijven van het optreden als getuige. Ach, zei de politierechter, u komt die man toch niet tegen en als u hem tegenkomt, kent hij u wellicht niet meer. De getuige legde daarna toch een verklaring af die het door de aannemer vermelde verhaal bevestigde.
Uit de schriftelijke verklaring die K. tegenover de politie had afgelegd, las de politierechter de belangrijkste punten voor: K. had in een café 25 glazen bier gedronken en was daarna per taxi naar de automatiek gegaan.
Hij was stomdronken. Tegen de politie had hij later gezegd dat hij zich niets herinnerde van slaan met een ploertendoder. Wel had zijn vrouw hem de volgende morgen verteld dat hij iemand had gestompt. K. kon zich dit echter niet voorstellen. Dat ligt niet in mijn karakter, had hij tot de politie gezegd.
Zijn vrouw had ook een verklaring afgelegd: Misschien heeft iemand hem uitgelachen. Daar kan Frits helemaal niet tegen.
De officier vond dat de methodes van Rooie Frits nauw verband hielden met de S.S. Mishandeling komt vaak voor, zo zei de officier, het is verkeerd. Het mag niet maar het lijkt wel of het gif dat in de jaren 1940-'45 is uitgestrooid steeds blijft werken. De officier toonde zich verontwaardigd over de methode die door terroriseren de gevolgen van een mishandeling wil weg drukken.
De eis tegen K. luidde zes weken gevangenisstraf en vergoeding van het overhemd van de aannemer dat 24,75 gulden kostte en dat na het bloedbad niet meer bruikbaar was.
De politierechter legde K. een gevangenisstraf van vier weken op met dezelfde voorwaarde als geëist.
loading

Loading articles...

Loading