Utrecht 60 jaar terug: een eigen haven in Utrecht

07 feb 2023, 11:17 Geschiedenis
img 8089
UN 7-2-1963

De N.V. Centraal Op- en Overslagbedrijf Cobu aan Atoomweg 51 is ongeveer een jaar in bedrijf. Begin februari 1962 stelde de directie van het bedrijf de eerste kraan in dienst, zodat men kon beginnen met het lossen van schepen. Daarmee had Utrecht de eerste stap gezet op de weg die leidt naar een eigen haven. Dat meldt het Utrechtsch Nieuwsblad op donderdag 7 februari 1963.

In april 1962 werd een tweede kraan in bedrijf gesteld en nu zal er binnenkort een derde kraan, een speciale kraan voor het takelen van stukgoederen met een hefvermogen van 2 ton, bijkomen.

Aan de overkant van de insteekhaven, die Prothonhaven heet, komt een graansilo met een inhoud van ongeveer 2500 ton en een loods met een oppervlakte van 2.000 vierkante meter.

Daar, aan de overkant van de haven, zullen het graan en de veevoeders uit de lichters worden gezogen en zo nodig opgeslagen, in afwachting van vervoer naar de plaats waar het graan nodig is.

Dan gebeurt in Utrecht precies hetzelfde wat in de zeehavens Rotterdam en Amsterdam op grote schaal wordt gedaan: schepen lossen en de goederen opslaan tot zij kunnen worden verzonden.

Er moet nog wel een overdekte loods afgebouwd worden. De directie van de Cobu had gehoopt dat de loods eind november 1962 klaar zou zijn geweest, maar het weer heeft roet in het eten gestrooid. Eerst dwongen enkele dagen vorst in het begin van december tot uitstel, van eind december af kon men weer niets doen. Nu is het een kwestie van afwachten op het doorzetten van de dooi.

Het op- en overslagbedrijf beschikt in het havengebied over ongeveer 500 meter kade. Afhankelijk van de grootte van de schepen kan men per week een 20 tot 30 schepen lossen. De laatste weken heeft de haven deze aantallen niet meer gehad. Sinds de vorst zijn intrede deed werd het rustig in de haven.

Utrecht heeft in dit jaar al naam gekregen als haven voor de binnenschepen die uit Frankrijk en Duitsland komen. Het is voor de schippers het voordeligst met hun schepen naar Utrecht te komen, want het is dichterbij dan Amsterdam of Rotterdam. Uit Utrecht kunnen de goederen immers ook verder worden getransporteerd.

Het op- en overslagbedrijf is verder in de eerste plaats van belang voor de handel in de directe omgeving van Utrecht. Voor Utrechtse bedrijven die zelf niet over een haven beschikken is het gemakkelijk de goederen bij de Cobu te laten afleveren.

Zo begint het beeld daar aan de Prothonhaven langzaam maar zeker op dat van een echte haven te lijken, met kranen en loodsen en straks ook een silo. Misschien komt er straks een tijd, vooral wanneer de spoorbruggen over het Amsterdam-Rijnkanaal zijn verhoogd, dat er grotere kustvaarders komen, die nog meer leven in de Utrechtse haven brengen.